Deel deze pagina

Als nomaden op reis

Sam bekijkt elke avond de krant van zijn vader. Vandaag ziet hij een foto van een kameel. Op zijn rug zitten kleden, potten, stokken en zware manden. Voor de kameel uit loopt een vrouw. Ze draagt prachtige kleren in mooie kleuren. Sams vader vertelt dat ze een nomade is. “Nomaden zijn mensen zonder huis. Ze wonen in tenten. Elke keer reizen ze weer verder.
In de Bijbel staat dat christenen net als nomaden zijn. Mensen die van de Heere Jezus houden, wonen maar even op de aarde. Ze zijn op reis naar de hemel.

In de Bijbel vertelt God ons over de hemel. Hij doet dat aan Zijn apostel Johannes. Johannes is al een oude man als hij op het eiland Patmos is, het straf-eiland van de Romeinen. Johannes moest er heen  omdat hij mensen over Jezus vertelde. De Heere Jezus troost Johannes en zoekt hem daar op. Hij laat heel bijzondere dingen aan hem zien.

Johannes ziet de Heere God zitten op Zijn troon in de hemel. De hemel is de plaats waar God woont! In het midden van de troon ziet Johannes een Lam dat geslacht is. Dat is de Heere Jezus, die stierf aan het kruis voor de zonden van mensen. Er zijn ook mensen in de hemel. Ze hebben lange witte kleren aan en palmtakken in hun handen. Dat zijn mensen die het op aarde heel moeilijk hadden, omdat ze de Heere Jezus volgden. Maar nu zijn ze veilig in de hemel. Johannes ziet dat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen. En hij ziet een nieuwe stad, Jeruzalem. Een prachtige stad met muren en poorten van edelstenen. De straten zijn zelfs van goud!

Hoe het precies in de hemel is, weten we niet. Het is in ieder geval veel mooier en fijner dan we ooit kunnen bedenken! Johannes hoort dat er geen verdriet meer is, geen dood en geen ziekte. Er is volmaakte liefde, blijdschap en vrede. In de hemel gaat het helemaal om de eer en glorie van God.

Zou je daar ook willen zijn, dichtbij de Heere Jezus? Heb je goed gelet op de mensen in de hemel? Ze dragen witte kleren. Die zijn gewassen in het bloed van het Lam, zegt de engel tegen Johannes. Zeep kon de vlekken in hun kleren niet wegwassen. Want die vlekken zijn een teken van de zonde. En voor zonde is er maar één schoonmaakmiddel: het bloed van de Heere Jezus! Ook jouw zonden kunnen daardoor vergeven worden. Jezus is naar de hemel gegaan om een plaats klaar te maken, voor iedereen die zijn vertrouwen op Hem stelt.

De nomadenfamilie doet niets anders dan reizen. Nergens voelen ze zich echt thuis. Christenen voelen zich ook niet thuis op de aarde. Ze verlangen naar de dag dat ze in de hemel zullen zijn. Maar veel meer nog verlangen ze naar het Lam!

Bijbelteksten

U maakt mij het pad ten leven bekend; overvloed van blijdschap is bij Uw aangezicht, lieflijkheden zijn in Uw rechterhand, voor altijd.

(Psalm 16:11 - hsv)

Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit.

(Kolossensen 3:1 - hsv)

Deze allen zijn in het geloof gestorven. Zij hebben de vervulling van de beloften niet verkregen, maar hebben die vanuit de verte gezien en geloofd en begroet, en zij hebben beleden  dat zij vreemdelingen en bijwoners op de aarde waren.
Want wie zulke dingen zeggen, laten duidelijk blijken dat zij een vaderland zoeken.
En als zij aan het vaderland gedacht hadden van waaruit zij weggegaan waren, zouden zij gelegenheid gehad hebben om terug te keren.
Maar nu verlangen zij naar een beter, dat is naar een hemels vaderland. Daarom schaamt God Zich niet voor hen om hun God genoemd te worden. Want Hij had voor hen een stad gereedgemaakt.

(Hebreeën 11:13-16 - hsv)

En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.
En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden  zijn waarachtig en betrouwbaar.

(Openbaring 21:1, 4-5 - hsv)

Heidelbergse Catechismus

In zondag 18 staat dat de Heere Jezus na Zijn opstanding naar de hemel gegaan is. Daar bidt Hij voor allen die in Hem geloven. Hij maakt voor hen een plaats klaar in de hemel. Hij stuurt ook Zijn Geest vanuit de hemel naar de aarde. Door de Heilige Geest leren wij om de dingen te zoeken die in de hemel zijn, waar Jezus Christus is.
In zondag 19 lees je dat Jezus als Koning in de hemel Zijn kerk op aarde regeert. Als wij verdrietig zijn om vervolging en verdriet op de aarde, mogen we blij zijn dat de Heere God straks als Rechter alles zal oordelen. Hij zal dan Zijn vijanden straffen, maar allen die bij Jezus horen, mogen bij Hem in de blijdschap en heerlijkheid van de hemel komen.
In zondag 46 gaat het over het Onze Vader. We bidden ‘die in de hemelen zijt’. Dat doen we, om te voelen dat God heilig en groot is!

Dag 1: Hemel – vele woningen

Johannes 14:1-7

1 Laat uw hart niet in beroering raken; u gelooft in God, geloof ook in Mij.
2 In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken.
3 En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben.
4 En waar Ik heen ga, weet u, en de weg weet u.
5 Thomas zei tegen Hem: Heere, wij weten niet waar U heen gaat, en hoe kunnen wij de weg weten?
6 Jezus zei tegen hem: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.
7 Als u Mij gekend had, zou u ook Mijn Vader gekend hebben; en van nu af kent u Hem en hebt u Hem gezien.

Wat gaat Jezus in de hemel doen? Wat betekent dat?

Dag 2: Hemel – woonplaats van Christus

Romeinen 8:28-39

28 En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn.
29 Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders.
30 En hen die Hij er van tevoren toe bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen, en hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd, en hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt.
31 Wat zullen wij dan over deze dingen zeggen? Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?
32 Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken?
33 Wie zal beschuldigingen inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het Die rechtvaardigt.
34 Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit.
35 Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard?
36 (Zoals geschreven staat: Want omwille van U worden wij de hele dag gedood, wij worden beschouwd als slachtschapen.)
37 Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad.
38 Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen,
39 noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere.

Jezus bidt in de hemel voor Zijn kinderen (vers 34). Daardoor kan niets hen scheiden van de liefde van de Heere Jezus. Welke dingen worden daarbij allemaal genoemd (vers 38 en 39)? Waren daar ook woorden bij die je niet begreep?

Dag 3: Hemel – de dingen van boven zoeken

Kolossenzen 3:1-11

1 Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit.
2 Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn,
3 want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God.
4 Wanneer Christus geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.
De oude en de nieuwe mens
5 Dood dan uw leden die op de aarde zijn: ontucht, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht, die afgoderij is.
6 Door deze dingen komt de toorn van God over de ongehoorzamen.
7 In deze dingen hebt ook u voorheen gewandeld, toen u in die dingen leefde.
8 Maar nu, legt ook u dit alles af, namelijk toorn, woede, slechtheid, laster, en schandelijke taal uit uw mond.
9 Lieg niet tegen elkaar, aangezien u de oude mens met zijn daden uitgetrokken hebt,
10 en u met de nieuwe mens bekleed hebt, die vernieuwd wordt tot kennis, overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft.
11 Daarbij is niet Griek en Jood van belang, besnedene en onbesnedene, barbaar en Scyth, slaaf en vrije, maar Christus is alles en in allen.

Met boven wordt de hemel en de Heere God bedoeld. Wanneer zoek je die dingen (vers 1)? Hoe doe je dat?

Dag 4: Hemel – waar gaat je hart naar uit?

2 Korinthe 5:1-10

1 Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.
2 Want in deze tent zuchten wij ook, en verlangen wij er vurig naar met onze woning die uit de hemel is, overkleed te worden,
3 als wij maar bekleed en niet naakt zullen bevonden worden.
4 Want ook wij, die in deze tent zijn, zuchten omdat we het zwaar te verduren hebben; wij willen immers niet ontkleed, maar overkleed worden, zodat het sterfelijke door het leven wordt verslonden.
5 Hij nu Die ons hiervoor heeft toegerust, is God, Die ons ook het onderpand van de Geest gegeven heeft.
6 Wij hebben dus altijd goede moed en weten dat wij, zolang wij in het lichaam inwonen, uitwonend zijn van de Heere,
7 want wij wandelen door geloof, niet door aanschouwing.
8 Maar wij hebben goede moed en wij hebben er meer behagen in om uit het lichaam uit te wonen en bij de Heere in te wonen.
9 Daarom stellen wij er ook een eer in, hetzij inwonend, hetzij uitwonend, om Hem welbehaaglijk te zijn.
10 Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door middel van zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.

Met welk woordje wordt het leven op aarde in vers 1 vergeleken? Waarom kijkt Paulus zo naar de hemel uit?

Dag 5: Hemel – door engelen gedragen

Lukas 16:19-31

19 Nu was er een zeker rijk mens, die gekleed ging in purper en zeer fijn linnen en die elke dag vrolijk en overdadig leefde.
20 En er was een zekere bedelaar, van wie de naam Lazarus was, die voor zijn poort neergelegd was, en die onder de zweren zat.
21 En hij verlangde ernaar verzadigd te worden met de kruimeltjes die van de tafel van de rijke man vielen; maar ook de honden kwamen en likten zijn zweren.
22 Het gebeurde nu dat de bedelaar stierf en door de engelen in de schoot van Abraham gedragen werd.
23 En ook de rijke man stierf en werd begraven. En toen hij in de hel zijn ogen opsloeg, waar hij in pijn verkeerde, zag hij Abraham van ver en Lazarus in zijn schoot.
24 En hij riep en zei: Vader Abraham, ontferm u over mij en stuur Lazarus naar mij toe en laat hem de top van zijn vinger in het water dopen en mijn tong verkoelen, want ik lijd vreselijk pijn in deze vlam.
25 Abraham echter zei: Kind, herinner u dat u het goede deel ontvangen hebt in uw leven en Lazarus evenzo het kwade. En nu wordt hij vertroost en u lijdt pijn.
26 En bovendien is er tussen ons en u een grote kloof aangebracht, zodat zij die van hier naar u zouden willen gaan, dat niet kunnen en ook zij niet die vandaar naar ons zouden willen gaan.
27 En hij zei: Ik vraag u dan, vader, dat u hem naar het huis van mijn vader stuurt,
28 want ik heb vijf broers. Laat hij dan tegenover hen getuigenis afleggen, opdat ook zij niet komen in deze plaats van pijniging.
29 Abraham zei tegen hem: Zij hebben Mozes en de profeten. Laten zij naar hen luisteren.
30 Hij echter zei: Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe zou gaan, zouden zij zich bekeren.
31 Maar Abraham zei tegen hem: Als zij niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen zij zich ook niet laten overtuigen, als iemand uit de doden zou opstaan.

Hoe komt het dat de bedelaar door engelen in de hemel wordt gedragen en de rijke man niet?

Dag 6: Hemel – een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

Openbaring 21:1-5

1 En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer.
2 En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is.
3 En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.
4 En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.
5 En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar.

Johannes hoort uit de hemel een grote stem. Wat zegt die stem over de nieuwe hemel en aarde (vers 3 en 4)?

Dag 7: Hemel – binnen of buiten?

Openbaring 22:12-17

12 En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn.
13 Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste.
14 Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de poorten de stad mogen binnengaan.
15 Maar buiten bevinden zich de honden, de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet.
16 Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om bij u in de gemeenten van deze dingen te getuigen. Ik ben de Wortel en het Nageslacht van David, de blinkende Morgenster.
17 En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En laat hij die het hoort, zeggen: Kom! En laat hij die dorst heeft, komen; en laat hij die wil, het water des levens nemen, voor niets.

Wie mogen er in de stad komen (vers 14)? En wie staan er buiten (vers 15)? Waar hoor jij bij?

Lichtstad met uw paarlen poorten

Interkerkelijk Gemengd koor 't Harde

Opdracht 1
Schrijf het woord ‘hemel’ midden op een groot vel papier. Bedenk zoveel mogelijk woorden die daar volgens jou bij horen en schrijf die eromheen. Praat er met elkaar over. Wat weten we wel over de hemel? En wat (nog) niet? Wat is het belangrijkste van de hemel, denk je?

Opdracht 2
Teken of verf wat Johannes op Patmos heeft gezien. Welke kleuren zou je daarbij gebruiken? En welke niet? Waarom?

Kleurplaat
Download de kleurplaten in de zijkant. Kleur een kleurplaat over de nieuwe hemel en aarde. 

Heb je nog vragen? Stel ze hier.

Wil je meer weten over dit onderwerp? Of vond je dingen op deze website moeilijk? Stel je vragen gerust! Je kunt er gelijk bij zetten of je vraag ook op de website geplaatst mag worden.
Bedankt voor je bericht. Je hoort meer van ons.
Oeps! Er is iets mis gegaan bij het versturen van je vraag.
Probeer het nu of later nog een keer.

Bekijk ons ook op

COPYRIGHT © 2016 ABC VAN HET GELOOF