Deel deze pagina

Bidden, levensbelangrijk!

Heb je weleens geprobeerd om je mond en je neus stijf dicht te houden? Dat lukt je niet lang. Je kunt niet leven zonder adem te halen. Zonder lucht stik je. Bidden is net zo belangrijk als ademhalen. Een christen kan niet zonder het gebed. Net als Daniël uit de Bijbel.

Daniël is een belangrijke minister in het grote rijk van koning Darius. De koning ziet dat Daniël zijn werk heel goed doet. Daarom wil hij Daniël de belangrijkste plaats geven en hem onderkoning maken. De andere ministers en provinciebestuurders zijn jaloers. Ze willen een klacht tegen Daniël indienen bij de koning. Maar ze merken dat Daniël zijn werk goed doet en betrouwbaar is in alle dingen. Ze zien óók dat hij elke dag bidt tot zijn God. Daar zullen ze hem op pakken…

Ze maken een plan en gaan naar de koning. “Koning Darius, leef in eeuwigheid”, zeggen ze. “Wij hebben een nieuwe wet bedacht. Dertig dagen lang mag niemand iets vragen dan alleen aan u. Als iemand toch iets vraagt aan iemand anders, moet hij in de leeuwenkuil gegooid worden.” De koning vindt het een goed plan. Hij zet zijn handtekening onder de nieuwe wet.

Al snel hoort Daniël over de nieuwe maatregel. Hij loopt de trap op en knielt neer voor het open raam. Even kijkt hij naar buiten. Heel ver weg ligt Jeruzalem, de stad waar de tempel stond, het huis van zijn God. Dan bidt Daniël, hardop, net als altijd. Drie keer op een dag doet hij dit. Ermee stoppen kan hij niet. Bidden is voor hem net zo belangrijk als ademhalen.
Daniëls vijanden hebben hem in de gaten gehouden en gaan meteen naar koning Darius. Ze zeggen dat Daniël ongehoorzaam is aan de nieuwe wet, want hij bidt drie keer per dag tot zijn God. De koning schrikt en ontdekt nu de gemene bedoeling achter deze wet. Hij probeert er alles aan te doen om Daniël te redden van de leeuwen. Maar het is onmogelijk. De wet kan niet veranderd worden. Daniël moet in de leeuwenkuil.

Die nacht kan de koning niet slapen. Zodra het licht wordt, staat hij op en gaat snel naar de leeuwenkuil. Met verdrietige stem roept hij: “Daniël, heeft uw God u van de leeuwen kunnen verlossen?” Meteen antwoordt Daniël: “O koning, leef in eeuwigheid. Mijn God heeft Zijn engel gestuurd en de leeuwen hebben mij niets gedaan.”
Daniël is nog jaren een trouwe minister aan het hof van de Perzische koning. Bovenal zoekt hij dagelijks het contact met God.

Wat Daniël deed, mag jij ook doen. Iedere dag alles aan God vertellen. Bidden voor de toets op school waar je tegenop ziet. De Heere danken dat je vrienden hebt. Eerlijk vertellen dat je lelijke woorden riep toen je ruzie had met je zusje. Eerbiedig vragen om vergeving van je zonden. God prijzen, omdat Hij trouw is en vol goedheid. Geen probleem is voor de Heere God te klein, met ál je zonden moet je bij Hem zijn. Hij wil je bidden horen… om Jezus’ wil!

Bijbelteksten

De HEERE sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt. Daarna keerde hij terug naar het kamp, maar zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, een jongeman, week niet uit het midden van de tent.

Exodus 33:11 (hsv)

Vertrouw op Hem te allen tijde, volk; stort uw hart uit voor Zijn aangezicht. God is voor ons een toevlucht.

Psalm 62:9 (hsv)

Als u bidt, gebruik dan geen omhaal van woorden zoals de heidenen, want zij denken dat zij door de veelheid van hun woorden verhoord zullen worden.

Mattheüs 6:3 (hsv)

Wees in geen ding bezorgd; maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God.

Filippenzen 4:6 (hsv)

Heidelbergse Catechismus

In vraag en antwoord 116 van de Heidelbergse Catechismus wordt gevraagd waarom een christen het gebed nodig heeft. In het antwoord lees je dat het gebed voor een christen de belangrijkste manier is om zijn dankbaarheid te uiten. Daarnaast wil God Zijn genade en de Heilige Geest alleen geven als we Hem daar zonder ophouden om bidden.
Wij mogen bidden om alles wat wij nodig hebben, zoals Jezus ons in het Onze Vader geleerd heeft. De beden van het Onze Vader worden uitgelegd in de laatste acht zondagen van de Heidelbergse Catechismus.

Dag 1: Gebed – spreken als met een Vriend

Exodus 33:1-11

1 Verder sprak de HEERE tot Mozes: Ga heen, vertrek vanhier, u en het volk dat u uit het land Egypte geleid hebt, naar het land waarvan Ik Abraham, Izak en Jakob gezworen heb: Aan uw nageslacht zal Ik het geven.
2 Ik zal een engel vóór u uit zenden – Ik zal de Kanaänieten, Amorieten, Hethieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten verdrijven –
3 naar een land dat overvloeit van melk en honing. Maar Ik zal Zelf niet in uw midden meetrekken, omdat u een halsstarrig volk bent en Ik u anders onderweg zou vernietigen
4 Toen het volk deze onheilsboodschap hoorde, bedreven zij rouw en niemand van hen deed zijn sieraden om.
5 De HEERE had namelijk tegen Mozes gezegd: Zeg tegen de Israëlieten: U bent een halsstarrig volk. Als Ik ook maar één ogenblik in uw midden zou meetrekken, dan zou Ik u vernietigen. Nu dan, doe uw sieraden af, en Ik zal weten wat Ik u doen zal.
6 Ver van de berg Horeb ontdeden de Israëlieten zich van hun sieraden.
7 En Mozes nam de tent en zette die voor zichzelf buiten het kamp op, een eind van het kamp vandaan; en hij noemde hem de tent van ontmoeting. Zo gebeurde het dat ieder die de HEERE zocht, naar de tent van ontmoeting moest gaan, die zich buiten het kamp bevond.
8 Telkens als Mozes naar de tent ging, gebeurde het dat heel het volk opstond en dat ieder bij de ingang van zijn tent ging staan en dat zij Mozes nakeken tot hij de tent was binnengegaan.
9 Zodra Mozes de tent binnenging, gebeurde het dat de wolkkolom neerdaalde en bij de ingang van de tent bleef staan en dat de HEERE met Mozes sprak.
10 En zodra heel het volk de wolkkolom zag staan bij de ingang van de tent, stond heel het volk op en boog zich neer, ieder in de opening van zijn tent.
11 De HEERE sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt. Daarna keerde hij terug naar het kamp, maar zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, een jongeman, week niet uit het midden van de tent.

- Wat doet Mozes in de tent van ontmoeting? (vers 7-9)
- Wat doet het volk als zij Mozes naar deze tent zien gaan? Waarom? (vers 10)
- De HEERE spreekt met Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt. Zou jij zo ook met de HEERE willen praten? Leg je antwoord eens uit!

Dag 2: Gebed – een opdracht

Psalm 27:1-8

1 Een psalm van David.
De HEERE is mijn licht en mijn heil,
voor wie zou ik vrezen?
De HEERE is mijn levenskracht,
voor wie zou ik angst hebben?
2 Toen kwaaddoeners op mij afkwamen,
om mij levend te verslinden
– mijn tegenstanders en mijn vijanden –
struikelden zij zelf en vielen.
3 Al belegerde mij een leger,
mijn hart zou niet vrezen;
al brak er een oorlog tegen mij uit,
toch vertrouw ik hierop.
4 Eén ding heb ik van de HEERE verlangd,
dát zal ik zoeken:
dat ik wonen mag in het huis van de HEERE,
al de dagen van mijn leven,
om de lieflijkheid van de HEERE te aanschouwen
en te onderzoeken in Zijn tempel.
5 Want Hij doet mij schuilen in Zijn hut
op de dag van het onheil.
Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn tent,
Hij plaatst mij hoog op een rots.
6 Nu heft mijn hoofd zich omhoog
boven mijn vijanden, die mij omringen.
Ik zal in Zijn tent offers brengen onder geschal van trompetten;
ik zal zingen, ja, ik zal psalmen zingen voor de HEERE.
7 Hoor, HEERE, mijn stem als ik roep;
wees mij genadig en antwoord mij.
8 Mijn hart zegt tegen U wat U Zelf zegt:
Zoek Mijn aangezicht.
Ik zóek Uw aangezicht, HEERE,

- In vers 7 en 8 worden twee verschillende woorden voor bidden gebruikt. Welke zijn dat?
- Waarom bidt David? (vers 8)
- Wat doe jij als je heel verdrietig bent of ergens bang voor bent?

Dag 3: Gebed – de belofte die God geeft

Psalm 50:1-15

1 Een psalm van Asaf.
De God der goden, de HEERE, spreekt,
en roept de aarde,
vanwaar de zon opkomt
tot waar hij ondergaat.
2 Uit Sion, de volmaakte schoonheid,
verschijnt God blinkend.
3 Onze God komt en zal niet zwijgen;
voor Zijn aangezicht verteert een vuur,
rondom Hem stormt het geweldig.
4 Hij roept tot de hemel daarboven
en tot de aarde, om over Zijn volk recht te spreken:
5 Verzamel Mij Mijn gunstelingen,
die een verbond met Mij sluiten door offers.
6 De hemel verkondigt Zijn gerechtigheid;
want God Zelf is Rechter. Sela
7 Luister, Mijn volk, en Ik zal spreken,
Israël, Ik zal onder u getuigen:
Ik, God, ben uw God.
8 Niet om uw offers zal Ik u straffen,
want uw brandoffers houd Ik voortdurend voor ogen.
9 Toch hoef Ik uit uw huis geen jonge stier te nemen
of bokken uit uw kooien,
10 want al de wilde dieren in het woud zijn van Mij,
de dieren op duizend bergen.
11 Ik ken alle vogels van de bergen,
het wild van het veld is bij Mij.
12 Als Ik honger had, Ik zou het u niet zeggen;
want van Mij is de wereld en al wat zij bevat.
13 Zou Ik stierenvlees eten
of bokkenbloed drinken?
14 Offer dank aan God
en kom aan de Allerhoogste uw geloften na.
15 Roep Mij aan in de dag van benauwdheid;
Ik zal u eruit helpen en u zult Mij eren.

- Wat zou de “dag van benauwdheid” betekenen (vers 15)? Weet je een voorbeeld?
- Wat belooft de Heere als je Hem aanroept?
- In vers 15 staat ook wat er gebeurt als de Heere ons helpt: dan eren we God. Hoe doe je dat?

Dag 4: Gebed – alles met God delen

Filippenzen 4:1-7

1 Daarom, mijn geliefde broeders, naar wie ik zeer verlang, mijn blijdschap en kroon, blijf zo staande in de Heere, geliefden!
2 Ik roep Euodia en ik roep Syntyche ertoe op eensgezind te zijn in de Heere.
3 Ja, ik vraag ook u, mijn oprechte metgezel: Help deze vrouwen, die samen met mij gestreden hebben in het Evangelie, ook met Clemens en mijn andere medearbeiders, van wie de namen in het boek des levens staan.
4 Verblijd u altijd in de Heere; ik zeg het opnieuw: Verblijd u.
5 Uw welwillendheid zij alle mensen bekend. De Heere is nabij.
6 Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God;
7 en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.

- Wat mag je in het gebed allemaal aan God vragen? (vers 6)
- Wat hoort er ook bij bidden en waarom? (vers 6)
- Bedenk drie dingen die je aan de Heere wilt vragen en drie dingen waar je Hem voor wilt danken. Doe dat in het gebed.

Dag 5: Gebed – nog meer beloften…

Lukas 11:5-13

5 En Hij zei tegen hen: Stel dat iemand van u een vriend heeft en midden in de nacht naar hem toe gaat en tegen hem zegt: Vriend, leen mij drie broden,
6 want mijn vriend is van een reis bij mij gekomen en ik heb niets om hem voor te zetten,
7 en dat die vriend van binnen uit het huis dan zou antwoorden en zeggen: Val mij niet lastig. De deur is al gesloten en mijn kinderen zijn bij mij in de slaapkamer; ik kan niet opstaan om ze u te geven.
8 Ik zeg u: Al zou hij niet opstaan en ze hem geven, omdat hij zijn vriend is, dan zou hij toch om zijn onbeschaamdheid opstaan en hem er zoveel geven als hij nodig heeft.
9 En Ik zeg u:  Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden.
10 Want ieder die bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en wie klopt, voor hem zal er opengedaan worden.
11 Welke vader onder u zal aan zijn zoon, als hij hem om brood vraagt, een steen geven, of ook als hij om een vis vraagt, hem in plaats van een vis een slang geven,
12 of ook als hij om een ei vraagt, hem een schorpioen geven?
13 Als u die slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die tot Hem bidden?

- Welke beloften noemt de Heere Jezus in dit gedeelte? (vers 9-10, 13)
- Hoe wil God deze beloften aan je geven?
- Gebruik deze prachtige beloften van God als je gaat bidden.

Dag 6:  Gebed – onverhoorde gebeden

2 Korinthe 12:7-10

7 En opdat ik mij door het allesovertreffende karakter van de openbaringen niet zou verheffen, is mij een doorn in het vlees gegeven, een engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet zou verheffen.
8 Hierover heb ik de Heere driemaal gesmeekt dat hij van mij weg zou gaan.
9 Maar Hij heeft tegen mij gezegd: Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Daarom zal ik veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij komt wonen.
10 Daarom heb ik een behagen in zwakheden: in smadelijke behandelingen, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus' wil. Want wanneer ik zwak ben, dan ben ik machtig.

- Waar heeft Paulus drie keer om gebeden?
- Wat was het antwoord van de Heere?
- Heb jij weleens ergens lang om gebeden wat niet gebeurde? Heeft God je gebed anders verhoord dan je had gehoopt?

Dag 7: Gebed – Jezus als de Voorbidder

Romeinen 8:34 en Hebreeën 7:25-28

Romeinen 8:34
34 Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit.

Hebreeën 7:25-28
25 Daarom kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.
26 Want zo'n Hogepriester hadden wij nodig: heilig, onschuldig, onbesmet, afgescheiden van de zondaars en boven de hemelen verheven.
27 Hij heeft het niet nodig, zoals de hogepriesters, elke dag eerst voor zijn eigen zonden slachtoffers te brengen en pas daarna voor die van het volk. Want dat heeft Hij eens en voor altijd gedaan, toen Hij Zichzelf offerde.
28 Want de wet stelt mensen, die met zwakheid behept zijn, aan als hogepriester. Maar het woord van de eed die na de wet gezworen is, stelt de Zoon aan, Die tot in eeuwigheid volmaakt is.

- Jezus pleit voor ons. Hij is de Voorbidder. Wat betekent dat?
- Waarom heb je een Voorbidder in de hemel nodig?
- Lees Hebreeën 7 vers 25 nog eens. Wanneer is de Heere Jezus jouw Voorbidder?
Psalm 81:12
PCorgan.com
Psalmboek.nl
Psalm 141:1, 2
PCorgan.com
Psalmboek.nl
Psalm 116:1, 2, 3
PCorgan.com
Psalmboek.nl
Gebed des Heeren vers 1, 4, 5, 6 en 9
PCorgan.com
Psalmboek.nl

Daniël in de leeuwenkuil

Free Bible Images

Wat is bidden?

Stichting Kaleb
Kinderen vertellen wat bidden is en waar ze om bidden. Kijk het filmpje en praat erover met je ouders of met de juf of meester.

- Wat is bidden volgens jou?
- Wat bid jij?
- (Ver)hoort God je bidden altijd?

Werkblad 1 – Daniël in de leeuwenkuil
Download het werkblad hiernaast. Maak de verwerkingsopdrachten bij de geschiedenis van Daniël in de leeuwenkuil.

Werkblad 2 – gebed van Daniël
In Daniël 9 lees je een lang gebed van Daniël. Download het werkblad hiernaast. Lees Daniël 9 aan de hand van de vragen die op het werkblad staan. Zo ontdek je meer over de inhoud van Daniëls gebed.

Opdracht – gebedshand
Bidden is meer dan alleen iets vragen aan God. Zoals een hand vijf vingers heeft, kun je ook vijf verschillende onderdelen van het gebed aanwijzen. Download de gebedshand hiernaast en print deze uit. Hieronder vind je de uitleg die bij deze hand hoort. Je kunt de gebedshand gebruiken als je zelf bidt, in het gezin of in de klas.

De duim kunnen we opsteken. Hiermee zeggen we dat God goed is. In gebed mogen we Hem prijzen en eren om Wie Hij is. (Psalm 103:8; Psalm 150)
Met de wijsvinger kunnen we wijzen naar alles waarvoor we God willen danken. Dank Hem voor alle dingen die je van Hem hebt gekregen. (1 Thessalonicenzen 5:18)
Je middelvinger opsteken is een lelijk gebaar. Het herinnert je aan de lelijke en zondige dingen die je doet. Belijd aan de Heere dat we niet zijn zoals God ons bedoeld heeft. Vraag Hem om vergeving van je zonden. (Psalm 51)
Een trouwring aan de ringvinger geeft een relatie aan. Bij deze vinger mag je denken aan anderen. In de Bijbel worden we opgeroepen om te bidden voor alle mensen. Niet alleen voor ‘de arme mensen’, maar ook voor personen uit je omgeving. Voor opa of oma die ziek of eenzaam is, of voor een klasgenootje dat gepest wordt. Wanneer je speciaal voor bepaalde personen bidt, kun je ook duidelijker zien wanneer God je gebed verhoort. (1 Timotheüs 2:1,2)
De pink is de kleinste vinger. Wij zijn zelf ook klein, vergeleken bij de grote God en vergeleken bij heel de wereld. Toch hebben we zelf ook gebed nodig. We mogen God alles vragen wat we nodig hebben. Hij wil ons bidden horen! (Filippenzen 4:6,7)

Kleurplaten
Download de kleurplaten hiernaast en print ze. Kleuren maar!

Knutselen – gebed is de sleutel
Dit knutselwerkje laat zien dat door gebed deuren opengaan. Het gebed wordt ook wel de sleutel op Gods beloften genoemd.
Bij het werkje kan voor de binnenzijde gekozen worden voor een eigen (Bijbel)tekst of gebed. Gebruik in dat geval de blanco achtergrond.

- Download het knutselwerkje hiernaast en print het uit.
- Kleur alles mooi in.
- Knip de deuren los. Dit doe je door de middenlijn (in het midden van de deuren) in te knippen van onder naar boven. Knip vervolgens onderaan de deuren ook naar links en rechts de lijnen in en knip de ronding bovenaan de deuren tot aan de stippellijnen (vouwlijnen) in. Nu kunnen de deuren opengevouwen worden.
- Knip de achtergrond uit en schrijf hier een eigen gebed of een mooie tekst op (als je de blanco versie gebruikt). Je kunt hiervoor één van de Bijbelteksten over gebed gebruiken die op deze site te vinden zijn.
- Doe lijm op de rand rondom en plak het mooi achter de opening van de deuren.
- Knip een sleutel met tekst uit en maak een gaatje in een deurknop en een gaatje in de sleutel. Hang de sleutel er met een lintje aan.

Knutselen – bid voor elkaar!
Bidden is ook voorbede doen: bidden voor anderen. Voor welke andere mensen bid jij?

- Download het knutselwerkje hiernaast en print het op wat zwaarder papier.
- Kleur de omlijsting en de biddende handen in.
- Knip de binnenkant van de omlijsting uit en plak de handen erachter.

Heb je nog vragen? Stel ze hier.

Wil je meer weten over dit onderwerp? Of vond je dingen op deze website moeilijk? Stel je vragen gerust! Je kunt er gelijk bij zetten of je vraag ook op de website geplaatst mag worden.
Bedankt voor je bericht. Je hoort meer van ons.
Oeps! Er is iets mis gegaan bij het versturen van je vraag.
Probeer het nu of later nog een keer.

Bekijk ons ook op

COPYRIGHT © 2016 ABC VAN HET GELOOF