Deel deze pagina

Als je wilt hebben wat een ander heeft…

Vandaag is Jente jarig. Van haar ouders krijgt ze een nieuwe fiets. Met een fietskrat voorop. Glimmend staat de fiets tegen de schuur. Jente bewondert de kleur, de versnellingen en het geluid van de bel. “Ik ben hier zo blij mee, mam!” Haar zusje Lydia staat erbij te kijken. Wat zou ze graag zo’n mooie fiets hebben. Zij krijgt de oude fiets van Jente. Ze vindt het niet eerlijk. Als ze naar binnen lopen, stoot ze heel even tegen de fiets aan. Het stuur zwaait om en de fiets glijdt onderuit. “Kijk nou wat je doet!” roept Jente boos. Verdrietig kijkt ze naar de krassen op het stuur. Lydia haalt haar schouders op. “Die fiets kan toch niet nieuw blijven hoor. Had ‘ie maar op de standaard moeten staan.”

Willen hebben wat een ander heeft, noemt de Bijbel begeren. Je bent niet tevreden met wat je hebt of wie je bent en het maakt je jaloers. In de Bijbel lees je over koning Saul. In het begin van zijn koningschap lijkt het erop dat Saul de Heere wil dienen. Maar al snel wordt duidelijk dat hij ongehoorzaam is aan Gods opdrachten. Samuël vertelt dat God hem als koning verwerpt. De Geest van God is niet langer bij Saul en een boze geest maakt hem onrustig en bang. Ze zoeken iemand die muziek kan maken, zodat de koning rustig wordt. Zo komt David, de herdersjongen, aan het hof van koning Saul met zijn harp. Saul is blij met David. Zijn muziek maakt hem rustig en de angst verdwijnt. Saul weet niet dat David gezalfd is tot nieuwe koning over Israël.

Als David de reus Goliath verslagen heeft, maakt Saul hem tot aanvoerder van zijn soldaten. Regelmatig strijdt David tegen de Filistijnen, de vijanden van het volk Israël. Op een dag komt hij terug van een veldslag. Het volk bejubelt hem. De vrouwen huppelen met tamboerijnen en zingen een overwinningslied: “Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden!” Als Saul het hoort, is hij woedend. Terwijl de stad feest viert, zit hij somber en jaloers in zijn paleis. “Ze zeggen dat Davids overwinning groter is dan die van mij!” Opeens weet hij het zeker: David wordt de nieuwe koning in zijn plaats. Vanaf dat moment haat hij David als zijn grootste vijand.

De volgende dag keert de boze geest terug in Saul. David komt de paleiszaal binnen om met zijn harpmuziek rust te brengen. Deze keer helpt de muziek niet. De koning grijpt zijn speer en werpt die naar het hoofd van David. De speer suist langs Davids hoofd en blijft steken in de wand. David is door een wonder gered, maar moet vluchten voor zijn leven. Koning Saul blijft achter met zijn haat, jaloezie en angst.

Jaloers zijn op een ander maakt je ongelukkig. Het neemt alle blijdschap en tevredenheid uit je leven weg. De Bijbel noemt jaloezie zonde. Het maakt scheiding tussen jou en God. God wil de jaloezie en begeerte in jouw leven vergeven, om Jezus’ wil. Als de Heilige Geest in je hart woont, komt er verlangen naar het goede voor in de plaats. Dan wil je graag doen wat God wil. En dan ben je tevreden met wat je hebt of krijgt, ook al is het een tweedehands fiets.

Bijbelteksten

En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en hij at ervan.
Toen werden de ogen van beiden geopend en zij merkten dat zij naakt waren. Zij vlochten vijgenbladeren samen en maakten voor zichzelf schorten.

Genesis 3:6-7 (hsv)

U zult niet begeren het huis van uw naaste. U zult niet begeren de vrouw van uw naaste, noch zijn dienaar, noch zijn dienares, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets wat van uw naaste is.

Exodus 20:17 (hsv)

Laat niemand zeggen, als hij verzocht wordt: Ik word door God verzocht. God immers kan niet verzocht worden met het kwade en Hijzelf verzoekt niemand. Maar ieder mens wordt verzocht, als hij door zijn eigen begeerte wordt meegesleurd en verlokt. Daarna, wanneer de begeerte bevrucht is, baart ze zonde, en wanneer de zonde volgroeid is, baart ze de dood.

Jakobus 1:13-15 (hsv)

Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.

1 Johannes 2:16-17 (hsv)

Heidelbergse Catechismus

In de Heidelbergse Catechismus wordt in zondag 44 het tiende gebod uitgelegd. God wil dat er in je hart geen verlangen of gedachte is om tegen de geboden van God te zondigen. Hij wil dat je altijd een vijand van de zonde bent en ernaar verlangt om het goede te doen.

Dag 1: Niet begeren – als God willen zijn

Genesis 3:1-15

1 De slang nu was de listigste onder alle dieren van het veld, die de HEERE God gemaakt had; en hij zei tegen de vrouw: Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof?
2 En de vrouw zei tegen de slang: Van de vrucht van de bomen in de hof mogen wij eten,
3 maar van de vrucht van de boom die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: U mag daarvan niet eten en hem niet aanraken, anders sterft u.
4 Toen zei de slang tegen de vrouw: U zult zeker niet sterven.
5 Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend.
6 En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en hij at ervan.
7 Toen werden de ogen van beiden geopend en zij merkten dat zij naakt waren. Zij vlochten vijgenbladeren samen en maakten voor zichzelf schorten.
8 En zij hoorden de stem van de HEERE God, Die in de hof wandelde, bij de wind in de namiddag. Toen verborgen Adam en zijn vrouw zich voor het aangezicht van de HEERE God te midden van de bomen in de hof.
9 En de HEERE God riep Adam en zei tegen hem: Waar bent u?
10 En hij zei: Ik hoorde Uw stem in de hof en ik werd bevreesd, want ik ben naakt; daarom verborg ik mij.
11 En Hij zei: Wie heeft u verteld dat u naakt bent? Hebt u van die boom gegeten waarvan Ik u geboden had daar niet van te eten?
12 Toen zei Adam: De vrouw die U gaf om bij mij te zijn, die heeft mij van die boom gegeven en ik heb ervan gegeten.
13 En de HEERE God zei tegen de vrouw: Wat hebt u daar gedaan! En de vrouw zei: De slang heeft mij bedrogen en ik heb ervan gegeten.
14 Toen zei de HEERE God tegen de slang:
Omdat u dit gedaan hebt, bent u vervloekt
onder al het vee en onder alle dieren van het veld!
Op uw buik zult u gaan en stof zult u eten, al de dagen van uw leven.
15 En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw,
en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht;
Dat zal u de kop vermorzelen,
en u zult Het de hiel vermorzelen.

- Wat zegt de slang tegen Eva? (vers 4-5)
- Wat begeert Eva als ze naar de boom kijkt? (vers 6)
- Wat is het verdrietige gevolg van de zondige begeerte van Adam en Eva?

Dag 2: Niet begeren – Jozefs broers zijn jaloers

Genesis 37:1-11

1 Jakob woonde in het land waar zijn vader als vreemdeling gewoond had, in het land Kanaän.
2 Dit zijn de afstammelingen van Jakob. Jozef, zeventien jaar oud, hoedde gewoonlijk het kleinvee met zijn broers – hij was een jonge man – met de zonen van Bilha en met de zonen van Zilpa, de vrouwen van zijn vader. En Jozef bracht het kwade gerucht over hen aan zijn vader over.
3 Israël had Jozef meer lief dan al zijn andere zonen, want hij was voor hem een zoon van zijn ouderdom. Ook liet hij een veelkleurig gewaad voor hem maken.
4 Toen zijn broers zagen dat hun vader hem meer liefhad dan al zijn broers, haatten zij hem en konden niet vriendelijk meer tot hem spreken.
5 Ook had Jozef een droom, die hij aan zijn broers vertelde; daarom haatten zij hem nog meer.
6 Hij zei tegen hen: Luister toch naar deze droom die ik gehad heb.
7 Zie, wij waren midden op de akker schoven aan het binden; en zie, mijn schoof stond op en bleef ook overeind staan. En zie, jullie schoven kwamen om hem heen staan en bogen zich voor mijn schoof neer.
8 Toen zeiden zijn broers tegen hem: Wil je dan soms over ons regeren? Wil je dan soms over ons heersen? Daarom haatten zij hem nog meer, vanwege zijn dromen en vanwege zijn woorden.
9 Hij kreeg nog een andere droom, en vertelde ook die aan zijn broers. Hij zei: Zie, ik heb weer een droom gehad; en zie, de zon, de maan en elf sterren bogen zich voor mij neer.
10 Toen hij dit aan zijn vader en zijn broers vertelde, bestrafte zijn vader hem en zei tegen hem: Wat is dat voor een droom die je gehad hebt? Moeten wij, namelijk ik, je moeder en je broers, soms naar je toe komen om ons voor jou ter aarde neer te buigen?
11 Zijn broers waren jaloers op hem, maar zijn vader hield de zaak in gedachten.

- Wat maakt de broers van Jozef zo jaloers? (vers 3-5)
- Je kent vast het vervolg van deze geschiedenis (en anders kun je het lezen in vers 12-36). Wat is het gevolg van de jaloezie van de broers?
- Ben jij weleens jaloers op je broer/zus, vriend/vriendin of klasgenoot? Wat voor gevolg heeft dat?

Dag 3: Niet begeren – Davids begeerte ontmaskerd

2 Samuël 12:1-14

1 En de HEERE zond Nathan naar David. Toen die bij hem kwam, zei hij tegen hem: Er waren twee mannen in een stad, de één rijk en de ander arm.
2 De rijke had heel veel schapen en runderen.
3 Maar de arme had helemaal niets dan alleen één enkel klein ooilam, dat hij gekocht had. Hij hield het in leven en het werd groot, samen met hem en met zijn kinderen. Het at mee van zijn stuk brood, dronk uit zijn beker en sliep in zijn schoot. Het was als een dochter voor hem.
4 Toen er een reiziger bij de rijke man kwam, kon hij er niet toe komen een van zijn eigen schapen en runderen te nemen, om een maaltijd te bereiden voor de reiziger die bij hem gekomen was. Daarom nam hij het ooilam van de arme man en bereidde het voor de man die bij hem gekomen was.
5 Toen ontstak David in grote woede tegen die man, en hij zei tegen Nathan: Zo waar de HEERE leeft, voorzeker, de man die dat gedaan heeft, is een kind des doods!
6 En dat ooilam moet hij viervoudig vergoeden, omdat hij dit gedaan heeft en geen medelijden had.
7 Toen zei Nathan tegen David: U bent die man! Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Ík heb u tot koning gezalfd over Israël en Ík heb u uit Sauls hand gered.
8 Ik heb u het huis van uw heer gegeven, en bovendien de vrouwen van uw heer in uw schoot. Ja, Ik heb u het huis van Israël en Juda gegeven. En als dat te weinig was geweest, zou Ik u nog wel meer gegeven hebben.
9 Waarom hebt u dan het woord van de HEERE veracht, door te doen wat slecht is in Zijn ogen? U hebt Uria, de Hethiet, met het zwaard gedood. Zijn vrouw hebt u tot vrouw genomen en hem hebt u door het zwaard van de Ammonieten gedood.
10 Welnu dan, het zwaard zal voor eeuwig niet van uw huis wijken, omdat u Mij veracht hebt en de vrouw van Uria, de Hethiet, genomen hebt om u tot vrouw te zijn.
11 Zo zegt de HEERE: Zie, Ik breng onheil over u uit uw eigen huis, en zal uw vrouwen voor uw ogen nemen en hen aan uw naaste geven; die zal op klaarlichte dag met uw vrouwen slapen.
12 Voorzeker, ú hebt in het geheim gehandeld, maar Ík zal dit doen ten aanschouwen van heel Israël en in het volle licht.
13 Toen zei David tegen Nathan: Ik heb gezondigd tegen de HEERE. En Nathan zei tegen David: De HEERE heeft ook uw zonde weggenomen; u zult niet sterven.
14 Omdat u echter door deze zaak de vijanden van de HEERE zeer hebt doen lasteren, zal wel de zoon die u geboren is, zeker sterven.

- Wat was Davids zondige begeerte en waarom was dat zo erg? (vers 8 en 9)
- Het begeren van de vrouw van een ander maakte dat David ook zondigde tegen andere geboden van God. Welke geboden overtrad David ook?
- Wat zegt David zelf over zijn zonde? (vers 13) Wat is Gods antwoord? Belijd je zondige begeerten aan de Heere en lees in 1 Johannes 1:9 wat Hij belooft!

Dag 4: Niet begeren – begeerte vult je hart niet

Prediker 2:3-11

3 Ik onderzocht mijn hart door mijn lichaam te verkwikken met wijn (mijn hart echter behield in wijsheid de leiding) en door dwaasheid aan te grijpen, totdat ik zou zien wat het beste is voor de mensenkinderen om onder de hemel te doen tijdens het getal van hun levensdagen.
4 Ik heb voor mijzelf grootse dingen tot stand gebracht:
Ik bouwde mij huizen,
ik plantte mij wijngaarden.
5 Ik legde mij tuinen en boomgaarden aan
en plantte daarin allerlei vruchtbomen.
6 Ik legde mij waterbekkens aan
om daaruit een bos met jonge bomen te bevochtigen.
7 Ik verwierf slaven en slavinnen
en de in huis geboren kinderen behoorden mij toe.
Ook had ik grote kudden runderen en kleinvee,
meer dan allen die vóór mij in Jeruzalem geweest zijn.
8 Ik vergaarde mij ook zilver en goud,
kostbaarheden van koningen en gewesten.
Ik zorgde voor zangers en zangeressen,
en de genoegens van de mensenkinderen: genot in overvloed.
9 Ik werd groter en nam toe,
meer dan allen die vóór mij in Jeruzalem geweest zijn.
Ook bleef mijn wijsheid bij mij.
10 Al wat mijn ogen verlangden,
onthield ik ze niet.
Ik ontzegde mijn hart
geen enkele blijdschap,
want mijn hart werd verblijd
vanwege al mijn zwoegen.
Dat was mijn deel voor al mijn zwoegen.
11 Toen richtte ik mijn aandacht op al mijn werken, die mijn handen gemaakt hadden, en op het zwoegen waarmee ik had gezwoegd om ze tot stand te brengen. Zie, het was alles vluchtig en najagen van wind. Daarin was geen voordeel onder de zon.

- Wat ontdekt Salomo – de schrijver van Prediker – als hij álles heeft wat je maar bedenken kan? (vers 11)
- Die rijkdom is net als een zeepbel die je maakt als je bellen blaast. Leg dat eens uit.
- Wat heeft dit gedeelte te maken met het tiende gebod? Waar wil God jou tegen beschermen met het gebod  “u zult niet begeren”?

Dag 5: Niet begeren – het goede begeren

1 Koningen 3:1-15

1 Salomo ging huwelijksbanden aan met de farao, de koning van Egypte: hij nam de dochter van de farao tot vrouw en bracht haar in de stad van David, totdat hij de bouw van zijn huis, het huis van de HEERE en de muur rondom Jeruzalem had voltooid.
2 Alleen offerde het volk nog op de hoogten, want tot in die dagen was er nog geen huis voor de Naam van de HEERE gebouwd.
3 Salomo had de HEERE lief, door te wandelen overeenkomstig de verordeningen van zijn vader David. Alleen bracht hij slachtoffers en reukoffers op de offerhoogten.
4 De koning ging naar Gibeon om daar te offeren, omdat de hoogte daar de belangrijkste was. Duizend brandoffers bracht Salomo op dat altaar.
5 In Gibeon verscheen de HEERE 's nachts aan Salomo in een droom, en God zei: Vraag wat Ik u geven zal.
6 Salomo zei: Ú hebt aan Uw dienaar David, mijn vader, grote goedertierenheid bewezen, zoals hij voor Uw aangezicht gewandeld heeft, in trouw, in rechtvaardigheid en in oprechtheid van hart bij U. En U hebt dit grote blijk van goedertierenheid aan hem bewezen dat U hem een zoon gaf die op zijn troon zit, zoals op deze dag.
7 Nu dan, HEERE, mijn God! Ú hebt Uw dienaar koning gemaakt in de plaats van mijn vader David. Ík ben echter een jonge man: ik weet niet uit of in te gaan.
8 En Uw dienaar is te midden van Uw volk geplaatst, dat U verkozen hebt, een groot volk, dat vanwege de menigte niet geteld of geschat kan worden.
9 Geef dan Uw dienaar een opmerkzaam hart, om recht te kunnen spreken over Uw volk, om met inzicht onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad, want wie zou over dit machtige volk van U kunnen rechtspreken?
10 Het was goed in de ogen van de Heere, dat Salomo dit gevraagd had.
11 God zei tegen hem: Omdat u hierom gevraagd hebt, en niet gevraagd hebt om een lang leven voor uzelf; omdat u niet om rijkdom voor uzelf hebt gevraagd en niet om de dood van uw vijanden hebt gevraagd, maar om inzicht hebt gevraagd voor uzelf om naar rechtszaken te kunnen luisteren,
12 zie, daarom doe Ik overeenkomstig uw woorden: zie, Ik geef u een wijs en verstandig hart, zodat uws gelijke er vóór u niet geweest is, en uws gelijke na u niet zal opstaan.
13 En zelfs dat waar u niet om gevraagd hebt, geef Ik u: zowel rijkdom als eer, zodat niemand onder de koningen uws gelijke zal zijn, al uw dagen.
14 En als u in Mijn wegen gaat door Mijn verordeningen en Mijn geboden in acht te nemen, zoals uw vader David gewandeld heeft, dan zal Ik uw dagen verlengen.
15 Toen werd Salomo wakker, en zie, het was een droom. En hij kwam in Jeruzalem, en stond voor de ark van het verbond van de Heere, bracht brandoffers, bereidde dankoffers en richtte een maaltijd aan voor al zijn dienaren.

- Wat verlangt Salomo van de Heere? (vers 9)
- Wat zegt God over het verlangen van Salomo? (vers 11-13)
- Wanneer is een begeerte zondig en wanneer niet? Zijn er goede begeerten in jouw leven?

Dag 6: Niet begeren – één ding begeerd

Psalm 27:1-5

1 Een psalm van David.
De HEERE is mijn licht en mijn heil,
voor wie zou ik vrezen?
De HEERE is mijn levenskracht,
voor wie zou ik angst hebben?
2 Toen kwaaddoeners op mij afkwamen,
om mij levend te verslinden
– mijn tegenstanders en mijn vijanden –
struikelden zij zelf en vielen.
3 Al belegerde mij een leger,
mijn hart zou niet vrezen;
al brak er een oorlog tegen mij uit,
toch vertrouw ik hierop.
4 Eén ding heb ik van de HEERE verlangd,
dát zal ik zoeken:
dat ik wonen mag in het huis van de HEERE,
al de dagen van mijn leven,
om de lieflijkheid van de HEERE te aanschouwen
en te onderzoeken in Zijn tempel.
5 Want Hij doet mij schuilen in Zijn hut
op de dag van het onheil.
Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn tent,
Hij plaatst mij hoog op een rots.

- David verlangt maar één ding, wat is dat? (vers 4a)
- Waarom wil David daar zijn? (vers 4b)
- Er waren in Davids leven ook zondige begeerten (denk maar aan het gedeelte bij dag 3). Hoe kan het dat David toch deze woorden schrijft?

Dag 7: Niet begeren – de begeerte van de wereld gaat voorbij

1 Johannes 2:12-17

12 Ik schrijf u, lieve kinderen, want de zonden zijn u vergeven omwille van Zijn Naam.
13 Ik schrijf u, vaders, omdat u Hem kent Die er vanaf het begin is. Ik schrijf u, jonge mannen, omdat u de boze hebt overwonnen. Ik schrijf u, kinderen, omdat u de Vader kent.
14 Ik heb u geschreven, vaders, omdat u Hem kent Die er vanaf het begin is. Ik heb u geschreven, jonge mannen, omdat u sterk bent en het Woord van God in u blijft en u de boze hebt overwonnen.
15 Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem.
16 Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld.
17 En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.

- Wat bedoelt Johannes met “begeerte van het vlees en de begeerte van de ogen”? (vers 16)
- Waar kan dat niet mee samengaan? (vers 15)
- Wat is belangrijk om te bedenken bij alles wat je op aarde kunt begeren en verlangen? Wat belooft God als je Hem zoekt en Zijn wil doet? (vers 17)
Psalm 17: 7, 8
PCorgan.com
Psalmboek.nl
Psalm 27:2, 3
PCorgan.com
Psalmboek.nl
Tien geboden vers 8, 9
PCorgan.com
Psalmboek.nl

Opdracht 1 – in gesprek: wat jaloezie met je doet
Kijk met elkaar naar het filmpje bij de uitleg van dit kernwoord of lees de uitleg van het kernwoord. In het voorbeeld is Lydia jaloers op de mooie fiets die Jente krijgt. Zij moet het met de tweedehands fiets van haar zus doen.

- Kun je je het gevoel van Lydia voorstellen? Wat vind je van haar reactie?
- Ben jij weleens jaloers op wat een ander heeft of krijgt? Hoe reageer jij dan?
- Wat is het gevolg van jaloezie voor jou en voor een ander?
- Wat is het beste ‘medicijn’ tegen jaloezie? Zoek de volgende Bijbelteksten eens op: 1 Korinthe 13:4 en Hebreeën 13:5. Helpen die teksten je om een antwoord te vinden op deze vraag?

Opdracht 2 – hebben, hebben, hebben…
Nodig: groot vel papier, stapel reclamefolders (bij voorkeur speelgoedfolders en artikelen voor kinderen), schaar en lijm.
Reclamemakers proberen je altijd te laten denken dat je bepaalde spullen heel dringend nodig hebt. Maak met elkaar een collage van allerlei artikelen voor kinderen van jouw leeftijd.

- Wat voor gevoel roept zo’n collage bij jou op?
- Wat heeft reclame te maken met het tiende gebod?
- Wat doe jij met reclamefolders of reclame die je online tegenkomt? (of wat doet het met jou?)

Opdracht 3 – Gods hele wet
In de Heidelbergse Catechismus wordt uitgelegd dat het tiende gebod met álle andere geboden van God te maken heeft.

- Zoek met elkaar in de Heidelbergse Catechismus de uitleg van het tiende gebod op (zondag 44, vraag en antwoord 113). Kijk ook onder het kopje ‘Heidelbergse Catechismus’ op deze pagina. Wat heeft het tiende gebod met de andere geboden te maken?
- Begeren is vaak het begin van andere zonden. Leg dat eens uit!
- Hoe kom je vrij van jaloezie en zondige begeerten?
- Verlang jij ernaar om het goede te doen? Hoe kan dat? Lees ook vraag en antwoord 115.
- Download en print het werkblad hiernaast. Zet de geboden in de juiste volgorde en kleur de plaat in.

Kleurplaat
Download en print de kleurplaat hiernaast en kleur deze mooi in.

Heb je nog vragen? Stel ze hier.

Wil je meer weten over dit onderwerp? Of vond je dingen op deze website moeilijk? Stel je vragen gerust! Je kunt er gelijk bij zetten of je vraag ook op de website geplaatst mag worden.
Bedankt voor je bericht. Je hoort meer van ons.
Oeps! Er is iets mis gegaan bij het versturen van je vraag.
Probeer het nu of later nog een keer.

Bekijk ons ook op

COPYRIGHT © 2016 ABC VAN HET GELOOF