Deel deze pagina

Vertrouwen op wat God belooft

Wie zorgt er voor jou? Wie maakt je eten klaar, doet de was en speelt een spel met je? Bijna altijd zijn dat je vader en moeder. Je weet wie ze zijn en je vertrouwt erop dat ze voor je zorgen en doen wat ze zeggen. Je vader en moeder zoeken het goede voor jou.
Dit lijkt op wat geloven is. Geloven is weten dat wat God zegt waar is. Je vertrouwt dat Hij doet wat Hij zegt. Je kunt alleen bij God horen door in Hem te geloven.

In de Bijbel lezen we dat de HEERE tot Abram spreekt, in een visioen (droom). De HEERE zegt tegen Abram: ‘Wees niet bang, Abram. Ik ben Uw schild. Ik zal u beschermen.’ De HEERE belooft dat Hij Abram zal beschermen en iets heel moois zal geven. Maar Abram begrijpt het niet zo goed en vraagt: ‘HEERE, wat zult U dan aan mij geven? Ik heb helemaal geen kind; wie moet al mijn bezit dan krijgen? Er is niemand aan wie ik het kan geven. Alleen aan mijn knecht Eliëzer.’ Nee, niet zijn knecht zal alles krijgen, maar zijn eigen kind.

De HEERE neemt Abram mee naar buiten om te laten zien wat Hij hem belooft. Abram moet omhoog kijken en ziet ontelbaar veel sterren. Zoveel sterren als Abram ziet, zo groot zal zijn volk (nageslacht) worden. De HEERE belooft dus niet alleen een kind, maar een groot nageslacht wat niet te tellen is. Abram gelooft God op Zijn Woord en vertrouwt dat de Heere doet wat hij zegt. Omdat Abram de HEERE vertrouwt, hoort hij bij Hem.

Izak wordt geboren als Abram 100 jaar is en Saraï 90. Zijn ouders krijgen nieuwe namen van God. Ze heten nu Abraham en Sara.
Izak is nog een kind als God aan Abraham vraagt of hij hem wil offeren. Abraham kan zijn zoon niet missen, maar hij doet wat  God vraagt. Hij weet dat God nooit een fout maakt, zoals wij. Als Izak op het altaar ligt, ziet God dat Abraham Hem vertrouwt. Dat hij zelfs zijn zoon aan God wil geven. Dan zorgt God Zelf voor een offer en Izak mag blijven leven.

Nu is het een offerdier. Tweeduizend jaar later geeft God Zijn eigen Zoon, de Heere Jezus. Hij sterft aan het kruis voor de zonden van de mensen. Zodat ieder die in Hem gelooft, eeuwig leeft.

Je vader en moeder willen het goede voor jou. Daarom houd je van ze en vertrouw je ze. De Heere wil ook het goede voor jou. Geloof je Hem?

Bijbelteksten

en hij bracht hen naar buiten en zei:  Heren, wat moet ik doen om zalig te worden?
En zij zeiden:  Geloof in de Heere Jezus Christus en u zult zalig worden, u en uw huisgenoten.

(Handelingen 16:30-31- HSV)

Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.

(Johannes 1:12- HSV)

En hij heeft aan de belofte van God niet getwijfeld door ongeloof, maar werd gesterkt in het geloof, terwijl hij God de eer gaf.
Hij was er ten volle van overtuigd dat God ook machtig was te doen wat beloofd was.

(Romeinen 4:20-21 - hsv)

Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God;

(Efeze 2:8 - HSV)

Heidelbergse Catechismus

In de Catechismus wordt uitgelegd wat ‘geloof’ is (HC vraag en antwoord 21). Het heeft te maken met je hoofd: het is een ‘zekere kennis’ dat alles wat in de Bijbel staat waar is. Maar het gaat ook om je hart: dat je ‘vast vertrouwt’ dat God ook jouw zonden vergeeft en jou voor altijd gelukkig wil maken.
Wát we geloven wordt samengevat in de twaalf artikelen van het geloof (HC vraag en antwoord 22). Die 12 artikelen kun je lezen in HC vraag en antwoord 23 en ze worden daarna verder uitgelegd (vraag en antwoord 26 t/m 58).

Dag 1: Geloof – inhoud

Johannes 20:24-31

24 En Thomas, een van de twaalf, Didymus genoemd, was niet bij hen toen Jezus daar kwam.
25 De andere discipelen dan zeiden tegen hem: Wij hebben de Heere gezien. Maar hij zei tegen hen: Als ik in Zijn handen niet het litteken van de spijkers zie, en mijn vinger niet steek in het litteken van de spijkers, en mijn hand niet steek in Zijn zij, zal ik beslist niet geloven.
26 En na acht dagen waren Zijn discipelen weer binnen en Thomas was bij hen. Jezus kwam terwijl de deuren gesloten waren, en Hij stond in hun midden en zei: Vrede zij u.
27 Daarna zei Hij tegen Thomas: Kom hier met uw vinger en bekijk Mijn handen, en kom hier met uw hand en steek die in Mijn zij; en wees niet ongelovig, maar gelovig.
28 En Thomas antwoordde en zei tegen Hem: Mijn Heere en mijn God!
29 Jezus zei tegen hem: Omdat u Mij gezien hebt, Thomas, hebt u geloofd; zalig zijn zij die niet gezien zullen hebben en toch zullen geloven.
30 Jezus nu heeft in aanwezigheid van Zijn discipelen nog wel veel andere tekenen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek,
31 maar deze zijn beschreven, opdat u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven, het leven zult hebben in Zijn Naam.

Johannes heeft in zijn boek veel wonderen beschreven. Wat wil hij dat jij daardoor zult geloven?

Dag 2: Geloof – opdracht

Handelingen 16:25-34

25 En omstreeks middernacht baden Paulus en Silas en zongen lofzangen voor God. En de gevangenen luisterden naar hen.
26 En er vond plotseling een grote aardbeving plaats, zodat de fundamenten van de gevangenis bewogen werden; en onmiddellijk gingen alle deuren open en raakten de boeien van allen los.
27 En de cipier, die wakker geworden was en zag dat de deuren van de gevangenis open waren, trok een zwaard en zou zichzelf gedood hebben, omdat hij dacht dat de gevangenen ontvlucht waren.
28 Paulus riep echter met luide stem: Doe uzelf geen kwaad, want wij zijn allemaal hier.
29 En toen hij om licht gevraagd had, sprong hij naar binnen en begon erg te beven, en hij viel voor Paulus en Silas neer;
30 en hij bracht hen naar buiten en zei: Heren, wat moet ik doen om zalig te worden?
31 En zij zeiden: Geloof in de Heere Jezus Christus en u zult zalig worden, u en uw huisgenoten.
32 En zij spraken het Woord van de Heere tot hem en tot allen die in zijn huis waren.
33 En hij nam hen in dat nachtelijke uur met zich mee en waste hun striemen, en hij werd onmiddellijk gedoopt, en al de zijnen.
34 En hij bracht hen in zijn huis en richtte voor hen de tafel aan. En hij verheugde zich dat hij met al zijn huisgenoten tot geloof in God gekomen was.

Wat moet de cipier doen om gered te worden? En jij?

Dag 3: Geloof – gave

Efeze 2:1-10

1 Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden,
2 waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig het tijdperk van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid,
3 onder wie ook wij allen voorheen verkeerden, in de begeerten van ons vlees, door de wil van het vlees en de gedachten te doen; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen.
4 Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft,
5 ook toen wij dood waren door de overtredingen, met Christus levend gemaakt – uit genade bent u zalig geworden –
6 en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus,
7 opdat Hij in de komende eeuwen de allesovertreffende rijkdom van Zijn genade zou bewijzen, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
8 Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God;
9 niet uit werken, opdat niemand zou roemen.
10 Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van

Gered worden door het geloof is een gave van God (vers 8). Wat betekent dat? Waarom is het zo belangrijk? (vers 9)

Dag 4: Geloof – kussen

Psalm 2:1-12

1 Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?
2 De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:
3 Laten wij Hun banden verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!
4 Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten.
5 Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,
in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.
6 Ik heb Mijn Koning toch gezalfd
over Sion, Mijn heilige berg.
7 Ik zal het besluit bekendmaken:
De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,
Ík heb U heden verwekt.
8 Eis van Mij en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven,
de einden der aarde als Uw bezit.
9 U zult hen verpletteren met een ijzeren scepter,
U zult hen in stukken slaan als aardewerk.
10 Nu dan, koningen, handel verstandig.
Laat u onderwijzen, rechters van de aarde.
11 Dien de HEERE met vreze,
verheug u met huiver.
12 Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt,
wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt.
Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!

Kus de Zoon… Wie is dat? Wanneer doe je dat?

Dag 5: Geloof – toevertrouwen

Ruth 2:1-12 en Lukas 13:34

1 Nu had Naomi een bloedverwant van de kant van haar man, een zeer vermogend man, uit het geslacht van Elimelech, en zijn naam was Boaz.
2 Ruth, de Moabitische, zei tegen Naomi: Laat mij toch naar de akker gaan en aren rapen achter hem in wiens ogen ik genade zal vinden. En zij zei tegen haar: Ga, mijn dochter.
3 Daarop ging zij op weg, kwam op de akker en raapte aren achter de maaiers. En het overkwam haar dat zij op een deel van de akker van Boaz terechtkwam, die uit het geslacht van Elimelech was.
4 En zie, Boaz kwam uit Bethlehem, en zei tegen de maaiers: De HEERE zij met u! En zij zeiden tegen hem: De HEERE zegene u!
5 Daarop zei Boaz tegen zijn knecht die over de maaiers aangesteld was: Wie behoort deze jonge vrouw toe?
6 De knecht die over de maaiers aangesteld was, antwoordde en zei: Dat is de Moabitische jonge vrouw die met Naomi teruggekeerd is uit het land Moab.
7 Zij zei: Laat mij toch aren rapen en verzamelen tussen de schoven, achter de maaiers. Zo is zij gekomen en zij is gebleven van vanmorgen af tot nu toe. Zij heeft bijna niet binnen gezeten.
8 Toen zei Boaz tegen Ruth: U hebt het gehoord, nietwaar, mijn dochter? Ga niet op een andere akker aren rapen. Ook moet u hier niet weggaan, maar u moet dicht bij de meisjes blijven die voor mij werken.
9 Uw ogen moeten op de akker gericht zijn die zij aan het maaien zijn en u moet achter hen aan gaan. Heb ik de knechten niet geboden dat zij u niet aanraken? Als u dorst hebt, mag u naar de watervaten gaan en drinken van wat de knechten zullen scheppen.
10 Toen wierp zij zich met het gezicht ter aarde, boog zich naar de grond en zei tegen hem: Waarom heb ik genade gevonden in uw ogen, dat u naar mij omziet, terwijl ik een buitenlandse ben?
11 Boaz antwoordde en zei tegen haar: Het is mij allemaal verteld, alles wat u na de dood van uw man voor uw schoonmoeder gedaan hebt, en hoe u uw vader en uw moeder en uw geboorteland hebt verlaten en naar een volk bent gegaan dat u voorheen niet kende.
12 Moge de HEERE uw daad vergelden, en moge uw loon volkomen zijn van de HEERE, de God van Israël, onder Wiens vleugels u gekomen bent om toevlucht te nemen.

Lukas 13:34
34 Jeruzalem, Jeruzalem, u die de profeten doodt en stenigt die naar u toe gezonden zijn, hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen, op de wijze waarop een hen haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels, maar u hebt niet gewild!

Geloof in God is als een kuikentje dat onder de vleugels van de moederkip zit. Zoek daar eens een plaatje van op! Welke woorden passen bij het plaatje en welke niet? Veilig – zelf doen – afhankelijk – gevaar – schuilen – weglopen – bescherming – angst

Dag 6: Geloof – werken

Jacobus 2:14-26

14 Wat voor nut heeft het, mijn broeders, als iemand zegt dat hij geloof heeft, en hij heeft geen werken? Kan dat geloof hem zalig maken?
15 Als er nu een broeder of zuster zonder kleding zou zijn en gebrek zou hebben aan dagelijks voedsel,
16 en iemand van u zou tegen hen zeggen: Ga heen in vrede, word warm en word verzadigd, en u zou hun niet geven wat het lichaam nodig heeft, wat voor nut heeft dat dan?
17 Zo is ook het geloof als het geen werken heeft, in zichzelf dood.
18 Maar nu zal iemand zeggen: U hebt geloof en ik heb werken. Laat mij dan uw geloof zien uit uw werken en ik zal u uit mijn werken mijn geloof laten zien.
19 U gelooft dat God één is en daar doet u goed aan. Maar ook de demonen geloven dit, en zij sidderen.
20 Maar wilt u weten, o nietig mens, dat het geloof zonder de werken dood is?
21 Is Abraham, onze vader, niet uit de werken gerechtvaardigd, toen hij Izak, zijn zoon, op het altaar offerde?
22 Ziet u wel dat het geloof samenwerkte met zijn werken en dat door de werken het geloof volmaakt is geworden?
23 En de Schrift is vervuld die zegt: En Abraham geloofde God, en het is hem tot gerechtigheid gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd.
24 U ziet dus nu dat een mens uit werken gerechtvaardigd wordt en niet alleen uit geloof.
25 En is Rachab, de hoer, niet op dezelfde manier uit werken gerechtvaardigd, toen zij de boden heeft ontvangen en langs een andere weg heeft laten weggaan?
26 Want zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder de werken dood.

Hoe kon je aan Abraham en Rachab merken dat ze in God geloofden? Noem jij eens iemand aan wie je kunt merken dat die persoon op de Heere vertrouwt. Wat merk je dan?

Dag 7: Geloof – noodzaak

Johannes 3:14-18

14 En zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden,
15 opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
16 Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
17 Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden.
18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.

Geloven is levensbelangrijk! Waarom (vers 16)? Leer vers 16 maar uit je hoofd of zing het lied dat erbij hoort! (Gele Zangbundel 10)
Psalm 2:6, 7
PCorgan.com
Psalmboek.nl
Psalm 27:7
PCorgan.com
Psalmboek.nl
Psalm 84:6
PCorgan.com
Psalmboek.nl

Geloof – Abraham

Free Bible images

De grote rode tractor

geloofstoerusting.nl
De mensen in het dorp geloofden niet dat de handleiding van de tractor waar was. Boer Dave wel. Dat verschil had grote gevolgen! Vind jij het moeilijk om te geloven dat het waar is wat er in de Bijbel staat? Wat kun jij van dit filmpje leren?

Het verhaal van Blondin

geloofstoerusting.nl
In dit filmpje zie je dat de moeder van Blondin in de kruiwagen stapt, omdat ze haar zoon vertrouwt. Wat leer je van dit filmpje over geloof in God?

Werkbladen
Download de werkbladen hiernaast. Maak de werkbladen over hoe God Abraham een zoon belooft.

Geloven en vertrouwen
Hieronder staan een aantal voorbeelden die je ouders, clubleiding of leerkrachten kunnen gebruiken om duidelijk te maken wat geloven is.

1. Nodig: donkere ruimte / goed werkende verlichting
Doe de gordijnen dicht of maak de ruimte op een andere manier donker. Beperk het licht in de ruimte tot één lamp die je met een knopje bedienen kunt. Vraag kinderen wat zij denken dat er gebeurt als je het knopje omzet. Laat het vervolgens zien. Leg aan de kinderen uit dat zij geloofden dat het licht uit zou gaan en weer aan kon gaan. Je moet geloven dat de verlichting werkt. Als je niet gelooft, zou je het knopje niet omzetten. Dit voorbeeld laat zien dat geloof verwachting geeft.
Zo is het ook met geloof in het Woord van God: het geeft verwachting dat God doet wat Hij belooft!

2. Nodig: twee volwassen personen
Laat jezelf achterover vallen in de armen van een andere volwassene. Vertel aan kinderen dat dit laat zien wat geloven is: iemand volledig vertrouwen, je aan de ander overgeven. Laat kinderen het zelf ervaren als ze dat willen. Bij voorkeur in de armen van een volwassene!

Heb je nog vragen? Stel ze hier.

Wil je meer weten over dit onderwerp? Of vond je dingen op deze website moeilijk? Stel je vragen gerust! Je kunt er gelijk bij zetten of je vraag ook op de website geplaatst mag worden.
Bedankt voor je bericht. Je hoort meer van ons.
Oeps! Er is iets mis gegaan bij het versturen van je vraag.
Probeer het nu of later nog een keer.

Bekijk ons ook op

COPYRIGHT © 2016 ABC VAN HET GELOOF