Deel deze pagina

Zonde zorgt voor afstand

Jiska en Tom spelen in het huis van oma verstoppertje op zolder. Jiska moet Tom zoeken. Ze ziet nog net een stukje van zijn schoen onder de tafel vandaan steken. Ze rent naar de tafel, maar botst er in de haast tegenaan. Er staat een grote fles met zwarte inkt op. De inktfles valt kapot. Zwarte inkt druipt over oma’s kleed. Een kapotte fles en een bedorven kleed, dat lijkt op wat zonde is. Zonde maakt kapot en besmeurt alles wat God goed heeft gemaakt. Door de zonde kun je niet meer bij de goede, heilige God horen. Waar is dat begonnen?
De prachtige tuin van Eden maakte de Heere God speciaal voor Adam en Eva. Hij gaf hen alles. Heerlijke vruchten aan de bomen om te eten, kleurrijke bloemen om van te genieten, prachtige vogels die het mooiste lied floten. Hij gaf hen elkaar. Eva hield van Adam. Ze was niet jaloers, omdat Adam de baas was. Ze bewonderde hem erom en hielp hem graag. Adam zag hoe mooi Eva was. Hij liet haar voorgaan en dacht aan haar. Weet je wat vooral zo heerlijk was? God gaf Zichzelf aan Adam en Eva. Hij was altijd bij hen. Elke avond kwam Hij met hen praten. Dan vertelden ze Hem alles wat hen bezighield. Ze voelden Zijn liefde. Ze vertrouwden Hem.

Op een avond komt God om met Adam en Eva te praten. Maar ze verstoppen zich voor Hem. Vertrouwen ze Hem niet meer? Dat kan maar één ding betekenen: ze hebben Hem niet meer lief. “Hebben jullie van de boom gegeten, waarvan Ik had gezegd dat je er niet van eten mocht?” vraagt God. Ze bekennen hun zonde. Nu moeten Adam en Eva weg uit de tuin van Eden. Als je God niet liefhebt, kun je niet dicht bij Hem zijn. Als je God niet vertrouwt, komt er afstand. En als God je niet meer beschermt, komt er pijn, ziekte en dood.

Zonde is niet luisteren naar Gods stem en doen wat je zelf wilt. Zonde is God niet vertrouwen en niet liefhebben met heel je hart. Zo is het ook bij jou. Want de zonde van Adam en Eva is doorgegaan naar alle mensen. Alle mensen zijn zondaren. Alleen God is nog goed. Hij alleen kan ons redden. Weet je wat zo wonderlijk is? God heeft zondaren nog steeds lief. Hij wil ons redden van de zonde en de straf. Daarom zond Hij Zijn eigen Zoon naar de aarde. Jezus, Die helemaal zonder zonde is, wilde de straf voor ónze zonden dragen aan het kruis. Zo is God!

De fles van oma viel kapot en het kleed was vies. Zelfs met de beste lijm zal de fles nooit meer mooi worden en de inktvlek blijf je altijd zien. God heeft een middel tegen de zonde dat wél alles goed maakt. De Bijbel vertelt dat het bloed van de Heere Jezus reinigt van alle zonde. Geloof je dat?

Bijbelteksten

Doch wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed; en wij allen vallen af als een blad, en onze misdaden voeren ons henen weg als een wind.

Jesaja 64:6 (sv)

Was mij wel van mijn ongerechtigheid, en reinig mij van mijn zonde.

Psalm 51:4 (sv)

Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods.

Romeinen 3:23 (sv)

Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.

1 Johannes 1:9 (sv)

Heidelbergse Catechismus

De Heidelbergse Catechismus zegt in vraag en antwoord 3 dat we door de wet van God onze zonde en ellende leren kennen. God heeft ons goed geschapen, maar na de ongehoorzaamheid van Adam en Eva in het paradijs worden wij allemaal zondig geboren. God roept ons in Zijn wet op om lief te hebben, maar wij zijn geneigd om God en onze naaste te haten.
Door de zonde verdienen wij de eeuwige straf (vraag en antwoord 10). De prijs voor de zonde kunnen wij onmogelijk zelf betalen, wij maken de schuld zelfs elke dag groter (vraag en antwoord 13). Verlossing van de zonde is er alleen door geloof in Jezus Christus (vraag en antwoord 18).

Dag 1: Zonde - de zondeval

Genesis 3:1-15

1 De slang nu was listiger dan al het gedierte des velds, hetwelk de HEERE God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: Is het ook, dat God gezegd heeft: Gijlieden zult niet eten van allen boom dezes hofs?
2 En de vrouw zeide tot de slang: Van de vrucht der bomen dezes hofs zullen wij eten;
3 Maar van de vrucht des booms, die in het midden des hofs is, heeft God gezegd: Gij zult van die niet eten, noch die aanroeren, opdat gij niet sterft.
4 Toen zeide de slang tot de vrouw: Gijlieden zult den dood niet sterven;
5 Maar God weet, dat, ten dage als gij daarvan eet, zo zullen uw ogen geopend worden, en gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad.
6 En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijze, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij at.
7 Toen werden hun beider ogen geopend, en zij werden gewaar, dat zij naakt waren; en zij hechtten vijgeboombladeren samen, en maakten zich schorten.
8 En zij hoorden de stem van den HEERE God, wandelende in den hof, aan den wind des daags. Toen verborg zich Adam en zijn vrouw voor het aangezicht van den HEERE God, in het midden van het geboomte des hofs.
9 En de HEERE God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij?
10 En hij zeide: Ik hoorde Uw stem in den hof, en ik vreesde; want ik ben naakt; daarom verborg ik mij.
11 En Hij zeide: Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt? Hebt gij van dien boom gegeten, van welken Ik u gebood, dat gij daarvan niet eten zoudt?
12 Toen zeide Adam: De vrouw, die Gij bij mij gegeven hebt, die heeft mij van dien boom gegeven, en ik heb gegeten.
13 En de HEERE God zeide tot de vrouw: Wat is dit, dat gij gedaan hebt? En de vrouw zeide: De slang heeft mij bedrogen, en ik heb gegeten.
14 Toen zeide de HEERE God tot die slang: Dewijl gij dit gedaan hebt, zo zijt gij vervloekt boven al het vee, en boven al het gedierte des velds! Op uw buik zult gij gaan, en stof zult gij eten, al de dagen uws levens.
15 En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen.

- Wat is de zonde van Adam en Eva? 
- Wat is het grote verschil in de omgang van Adam en Eva met God, voor en na de zonde?
- Hoe merk je in je eigen leven dat zonde zorgt voor afstand tussen jou en God?

Dag 2: Zonde - niemand uitgezonderd

Romeinen 3:21-26

21 Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten:
22 Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid.
23 Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;
24 En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is;
25 Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods;
26 Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.

- Iedereen heeft gezondigd, schrijft Paulus in vers 23. Lees ook vers 10 en 11. Waar in de Bijbel staat dat nog meer?
- Wat betekent het ‘derven van de heerlijkheid Gods?’ (vers 23)
- Hoe merk je in je eigen leven dat je niet meer op God lijkt? Belijd dat in je gebed.

Dag 3: Zonde - de bron

Mattheüs 15:1-11 en 18-19

1 Toen kwamen tot Jezus enige Schriftgeleerden en Farizeën, die van Jeruzalem waren, zeggende:
2 Waarom overtreden Uw discipelen de inzetting der ouden? Want zij wassen hun handen niet, wanneer zij brood zullen eten.
3 Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Waarom overtreedt ook gij het gebod Gods, door uw inzetting?
4 Want God heeft geboden, zeggende: Eert uw vader en moeder, en: Wie vader of moeder vloekt, die zal den dood sterven.
5 Maar gij zegt: Zo wie tot vader of moeder zal zeggen: Het is een gave, zo wat u van mij zou kunnen ten nutte komen; en zijn vader of zijn moeder geenszins zal eren, die voldoet.
6 En gij hebt alzo Gods gebod krachteloos gemaakt door uw inzetting.
7 Gij geveinsden! Wel heeft Jesaja van u geprofeteerd, zeggende:
8 Dit volk genaakt Mij met hun mond, en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij;
9 Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn.
10 En als Hij de schare tot Zich geroepen had, zeide Hij tot hen: Hoort en verstaat.
11 Hetgeen ten monde ingaat, ontreinigt den mens niet; maar hetgeen ten monde uitgaat, dat ontreinigt den mens.

- Waarom noemt de Heere Jezus de schriftgeleerden en Farizeeën huichelaars? (vers 8)
- Ons hart is het dus het echte probleem. Waarom? (vers 18, 19)
- Hoe kun je God dienen met je hart? (Spreuken 23:26)

Dag 4: Zonde - verschrikkelijk gevolg

Genesis 6:1-8

1 En het geschiedde, als de mensen op den aardbodem begonnen te vermenigvuldigen, en hun dochters geboren werden,
2 Dat Gods zonen de dochteren der mensen aanzagen, dat zij schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkozen hadden.
3 Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren.
4 In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name.
5 En de HEERE zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was.
6 Toen berouwde het den HEERE, dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart.
7 En de HEERE zeide: Ik zal den mens, dien Ik geschapen heb, verdelgen van den aardbodem, van den mens tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels toe; want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.
8 Maar Noach vond genade in de ogen des HEEREN.

- Zonde maakt scheiding tussen mens en God en heeft verschrikkelijke gevolgen. Wat lees je over de zonde en de gevolgen ervan in dit gedeelte?
- Lees Romeinen 6:23. Kun je uitleggen waarom dit vers past bij Genesis 6:1-8?
- Door de zonde passen we niet meer bij God en zal de dood ons voor altijd van Hem scheiden. Wat is het enige dat jou daarvan redt? (Genesis 6:8)

Dag 5: Zonde - Gods oplossing

2 Korinthe 5:11-21

11 Wij dan, wetende den schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof, en zijn Gode openbaar geworden; doch ik hoop ook in uw gewetens geopenbaard te zijn.
12 Want wij prijzen onszelven u niet wederom aan, maar wij geven u oorzaak van roem over ons, opdat gij stof zoudt hebben tegen degenen, die in het aangezicht roemen en niet in het hart.
13 Want hetzij dat wij uitzinnig zijn, wij zijn het Gode; hetzij dat wij gematigd van zinnen zijn, wij zijn het ulieden.
14 Want de liefde van Christus dringt ons;
15 Als die dit oordelen, dat, indien Een voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn. En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is.
16 Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.
17 Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.
18 En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft.
19 Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd.
20 Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen.
21 Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.

- Wie wordt er bedoeld in vers 21?
- Wat heeft God met de zonde gedaan? (vers 21)
- Wat is Gods verlangen nu voor jou? (vers 18-20)

Dag 6: Zonde - belijden

Daniël 9:1-19

1 In het eerste jaar van Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden, die koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeeën;
2 In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniël, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was.
3 En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as.
4 Ik bad dan tot den HEERE, mijn God, en deed belijdenis, en zeide: Och Heere! Gij grote en verschrikkelijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden.
5 Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten.
6 En wij hebben niet gehoord naar Uw dienstknechten, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaders, en tot al het volk des lands.
7 Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te dezen dage; bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israël, die nabij en die verre zijn, in al de landen, waar Gij ze henengedreven hebt, om hun overtreding, waarmede zij tegen U overtreden hebben.
8 O Heere! bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten, en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben.
9 Bij den Heere, onzen God, zijn de barmhartigheden en vergevingen, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben.
10 En wij hebben der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaamd, dat wij in Zijn wetten wandelen zouden, die Hij gegeven heeft voor onze aangezichten, door de hand van Zijn knechten, de profeten.
11 Maar geheel Israël heeft Uw wet overtreden, met af te wijken, dat zij Uwer stem niet gehoorzaamden; daarom is over ons uitgestort die vloek, en die eed, die geschreven is in de wet van Mozes, den knecht Gods, dewijl wij tegen Hem gezondigd hebben.
12 En Hij heeft Zijn woorden bevestigd, die Hij gesproken heeft tegen ons, en tegen onze richters, die ons richtten, brengende over ons een groot kwaad, hetwelk niet geschied is onder den gansen hemel, gelijk aan Jeruzalem geschied is.
13 Gelijk als in de wet van Mozes geschreven is, alzo is al dat kwaad over ons gekomen; en wij smeekten het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, niet, afkerende van onze ongerechtigheden, en verstandelijk acht gevende op Uw waarheid.
14 Daarom heeft de HEERE over het kwade gewaakt, en Hij heeft het over ons gebracht; want de HEERE, onze God, is rechtvaardig in al Zijn werken, die Hij gedaan heeft, dewijl wij Zijner stem niet gehoorzaamden.
15 En nu, o Heere, onze God! Die Uw volk uit Egypteland gevoerd hebt, met een sterke hand, en hebt U een Naam gemaakt, gelijk hij is te dezen dage; wij hebben gezondigd, wij zijn goddeloos geweest.
16 O Heere! naar al Uw gerechtigheden, laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid afgekeerd worden van Uw stad Jeruzalem, Uw heiligen berg; want om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden, zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen, die rondom ons zijn.
17 En nu, o onze God! hoor naar het gebed Uws knechts, en naar zijn smekingen; en doe Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is; om des Heeren wil.
18 Neig Uw oor, mijn God! en hoor, doe Uw ogen op, en zie onze verwoestingen, en de stad, die naar Uw Naam genoemd is; want wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uw barmhartigheden, die groot zijn.
19 O Heere, hoor! o Heere, vergeef! o Heere, merk op en doe het, vertraag het niet! Om Uws Zelfs wil, o mijn God! Want Uw stad, en Uw volk is naar Uw Naam genoemd.

- Welke zonden belijdt Daniël? Noem eens een paar voorbeelden  (vers 5, 6, 10, 11)
- Daniël weet dat zijn goede daden er niet voor zorgen dat God hoort en vergeeft. Waarom durft Daniël daar toch om te vragen? (vers 18, 19)
- Hoe kan God jouw zonden vergeven? (1 Johannes 1:9)

Dag 7: Zonde - de zonde doden

Kolossenzen 3:1-10

1 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods.
2 Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
3 Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.
4 Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.
5 Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst.
6 Om welke de toorn Gods komt over de kinderen der ongehoorzaamheid;
7 In dewelke ook gij eertijds hebt gewandeld, toen gij in dezelve leefdet.
8 Maar nu legt ook gij dit alles af, namelijk gramschap, toornigheid, kwaadheid, lastering, vuil spreken uit uwen mond.
9 Liegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met zijn werken,
10 En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft;

- Over welke zonden lees je in dit gedeelte?
- Wat moet de gelovige doen met die zonden? (vers 5) Wat komt ervoor in de plaats? (vers 12)
- Welke zonden zie jij in jouw leven? Wat doe je daarmee?
Als je door genade gelooft in de vergeving van je zonden door het offer van de Heere Jezus, wil God ook genade en kracht geven om tegen deze zonden te strijden en ermee te breken. Bid daarom!
Psalm 6:2, 9
PCorgan.com
Psalmboek.nl
Psalm 19:6,7
PCorgan.com
Psalmboek.nl
Psalm 51:1, 2, 3, 5
PCorgan.com
Psalmboek.nl

De zonde van Adam en Eva

Free Bible images

Zonde en vergeving

LORD RECOVERY CHANNEL
Hoe zie je in dit filmpje dat alleen Jezus Christus de zonden kan wegnemen?
Hoe zie je in dit filmpje dat Hij helemaal zonder zonde was?

Werkbladen – zondeval
Download de werkbladen hiernaast. Maak de opdrachten die horen bij de geschiedenis over de zonde van Adam en Eva in het Paradijs.

Opdracht 1 - woordweb
Schrijf het woord ‘zonde’ op een groot papier. Zet daar woorden omheen, waar je aan denkt bij het woord ‘zonde’.

- Praat er met elkaar over. Waarom kies je deze woorden?
- Bij zonde denken we vaak aan ‘iets doen wat niet mag’. Heb je in het woordweb ook gedacht aan ‘niet doen wat God van je vraagt’?
- Vertel jij God wel eens eerlijk wat je verkeerd hebt gedaan, of noem je al je zonden in één keer als je bidt?
- Besluit deze opdracht door met elkaar te bidden. Welke zonden moeten jullie aan de Heere belijden? Lees met elkaar wat God belooft als we onze zonden belijden. (1 Johannes 1:9) Dank Hem voor deze belofte!

Opdracht 2 - zonden aan het kruis
Nodig: twee houten balkjes, hamer, spijkers, witte briefjes en pennen
Maak van de twee houten balkjes een kruis. Geef aan de kinderen een pen en witte briefjes. Schrijf op deze briefjes zonden waar de Heere Jezus de straf voor moest dragen aan het kruis. Laat de kinderen deze briefjes (indien mogelijk) zelf met een hamer en een spijker aan het kruis slaan. Praat hier na afloop verder over door.
- Wat dacht je toen je de briefjes aan het kruis spijkerde?
- Wat betekenden onze zonden voor de Heere Jezus? Lees 1 Petrus 2:24. Denk jij daar weleens aan?
- Hoe kun je een hekel krijgen aan de zonde?

Opdracht 3 - zonde wordt doorgegeven
Nodig: 2 glazen (één met vuil, zwart water; de ander leeg).
Na de zonde van Adam en Eva zijn we allemaal geboren met zonde.
Zet twee glazen neer. In het ene zit heel vies, zwart water. Giet het water over in het tweede glas. Zo gaat het ook door de generaties heen: mensen geven de zonde door aan hun kinderen. Niet alleen het water (leven) wordt doorgegeven, maar ook het vuil (de zonde).
- Lees Romeinen 5:12. Wat heeft dit vers met deze opdracht te maken?
- Hoe kan het anders worden? (Romeinen 5:15)

Heb je nog vragen? Stel ze hier.

Wil je meer weten over dit onderwerp? Of vond je dingen op deze website moeilijk? Stel je vragen gerust! Je kunt er gelijk bij zetten of je vraag ook op de website geplaatst mag worden.
Bedankt voor je bericht. Je hoort meer van ons.
Oeps! Er is iets mis gegaan bij het versturen van je vraag.
Probeer het nu of later nog een keer.

Bekijk ons ook op

COPYRIGHT © 2016 ABC VAN HET GELOOF