Deel deze pagina

Rechtsomkeert! Voorwaarts, mars!

Heb je weleens soldaten zien marcheren? Misschien heb je het zelf weleens geprobeerd. Links, rechts, links, rechts. Opeens roept de commandant: “rechtsomkeert!” Wat gebeurt er dan? Alle soldaten draaien helemaal om. Waar ze eerst met hun gezicht naartoe marcheerden, staan ze nu met hun rug naartoe. Dan roept de commandant: “voorwaarts, mars!” en de hele groep soldaten loopt in precies de tegenovergestelde richting als even daarvoor. Aan dat voorbeeld kun je denken als het over bekering gaat.

Wat bekering is, lees je in de gelijkenis van de verloren zoon. Jezus vertelt een verhaal over een vader en twee zonen. De jongste zoon wil niet langer thuis wonen. Hij vraagt zijn vader om zijn deel van de erfenis. Zijn vader geeft dat aan hem. De jongen reist naar een ver land, waar hij al zijn geld opmaakt. Platzak, hongerig en eenzaam zit hij op het land van een varkensboer. De honger knaagt zo erg dat hij het liefst het varkensvoer zou opeten.

Dan denkt hij terug aan thuis. Aan zijn vader. Wat had hij het altijd goed bij hem! Hij denkt aan de knechten die op de boerderij van zijn vader werken. Díe hebben meer dan genoeg te eten. Híj sterft hier bijna van de honger. Hij neemt een besluit: hij gaat terug naar zijn vader. Hij zal eerlijk vertellen wat hij heeft gedaan. Hij heeft de geboden van God overtreden. En hij heeft zich verschrikkelijk slecht gedragen tegenover zijn vader. Hij is het niet meer waard om nog een kind van zijn vader te zijn. Hij zal vragen of hij een knecht mag zijn. Als hij maar weer thuis mag wonen.

Het blijft niet bij een idee. De jongen staat op en gaat terug naar huis. Als hij in de buurt van zijn woonplaats komt, gebeurt er iets heel bijzonders. Het huis is nog ver weg, maar er komt iemand aanrennen. Een oude man. Het is zijn vader! Hij heeft elke dag op de uitkijk gestaan met een hart vol liefde voor zijn kind. Hij rent naar zijn zoon toe, kust hem, geeft hem nieuwe kleren, een ring en schoenen. En dan volgt er een groot feest.  

De jongste zoon gaat anders denken over zichzelf en over zijn vader. En hij maakt ‘rechtsomkeert’. Dat is wat bekering is. De Heilige Geest leert je om anders te denken over jezelf en over God. Hij laat je zien dat een leven zonder de Heere God hetzelfde is als sterven van de honger. Daarom roept God je toe: “bekeer je, want waarom zou je sterven?”
Bekering is ook ‘voorwaarts, mars’. Want als je weer terugkomt bij de Vader, wil je iedere dag leven tot eer van Hem. God geeft je dan liefde om ‘ja’ te zeggen tegen Hem. Merk jij in je leven dat je van de Heere Jezus houdt? Dat je alles voor Hem wilt doen, ook als je daardoor soms alleen staat? Dat je keuzes het liefst samen met God maakt? Dat je verdrietig bent over lelijke gedachten die je had over je klasgenoot? Of over gemene woorden die je tegen een ander zei? Dat je graag andere kinderen blij maakt als je speelt en niet alleen aan jezelf denkt? Dat is bekering. Je merkt iedere dag meer dat je leven nieuw geworden is.

Bijbelteksten

De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot den HEERE, zo zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk.

Jesaja 55:7 (sv)

Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?

Ezechiël 33:11 (sv)

Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.

Mattheüs 4:17 (sv)

Alle bitterheid, en toornigheid, en gramschap, en geroep, en lastering zij van u geweerd, met alle boosheid; Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft.

Efeze 4:31,32 (sv)

Heidelbergse Catechismus

In zondag 33 van de Catechismus gaat het over bekering. Bekering betekent twee dingen: de oude mens sterft en de nieuwe mens komt tot leven. De oude mens is de neiging om zonde te doen. De nieuwe mens is het verlangen om God te dienen. Bekering in je leven betekent dat je heel verdrietig bent, omdat je door de zonde God boos hebt gemaakt. Je gaat die zonde steeds meer haten en je breekt ermee. Bekering betekent ook dat de nieuwe mens opstaat. Dan voel je een diepe vreugde om, door Christus en uit liefde tot Hem, de wil van God te doen.

Dag 1: Bekering - Gods verlangen

Ezechiël 18:23-31

23 Zou Ik enigzins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve?
24 Maar als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, doende naar al de gruwelen, die de goddeloze doet, zou die leven? Al zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden; in zijn overtreding, waardoor hij overtreden heeft, en in zijn zonde, die hij gezondigd heeft, in die zal hij sterven.
25 Nog zegt gijlieden: De weg des HEEREN is niet recht; hoort nu, o huis Israëls! is Mijn weg niet recht? Zijn niet uw wegen onrecht?
26 Als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, en sterft in dezelve, hij zal in zijn onrecht, dat hij gedaan heeft, sterven.
27 Maar als de goddeloze zich bekeert van zijn goddeloosheid, die hij gedaan heeft, en doet recht en gerechtigheid, die zal zijn ziel in het leven behouden;
28 Dewijl hij toeziet, en zich bekeert van al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, hij zal gewisselijk leven, hij zal niet sterven.
29 Evenwel zegt het huis Israëls: De weg des HEEREN is niet recht. Zouden Mijn wegen, o huis Israëls, niet recht zijn? Zijn niet uw wegen onrecht?
30 Daarom zal Ik u richten, o huis Israëls! een ieder naar zijn wegen, spreekt de Heere HEERE, keert weder, en bekeert u van al uw overtredingen, zo zal de ongerechtigheid u niet tot een aanstoot worden.
31 Werpt van u weg al uw overtredingen, waardoor gij overtreden hebt, en maakt u een nieuw hart en een nieuwen geest; want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?

- Hoeveel keer kom je (een vorm van) het woord bekeren tegen in dit gedeelte?
- Waarom wil God dat mensen zich bekeren?
- Wat leer je uit dit gedeelte over Gods verlangen voor jou?

Dag 2: Bekering - noodzaak

Lukas 13:1-5

1 En er waren te dierzelfder tijd enigen tegenwoordig, die Hem boodschapten van de Galileërs, welker bloed Pilatus met hun offeranden gemengd had
2 En Jezus antwoordde, en zeide tot hen: Meent gij, dat deze Galileërs zondaars zijn geweest boven al de Galileërs, omdat zij zulks geleden hebben?
3 Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen desgelijks vergaan.
4 Of die achttien, op welke de toren in Siloam viel, en doodde ze; meent gij, dat deze schuldenaars zijn geweest, boven alle mensen, die in Jeruzalem wonen?
5 Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen insgelijks vergaan.

- Over welke erge dingen lees je in dit gedeelte?
- Welke boodschap heeft Jezus voor de mensen die hierover aan Hem vertellen?
- Waarom is het levensgevaarlijk als je je niet bekeert? Kun je vertellen wat dit plaatje hiermee te maken heeft?

Dag 3: Bekering - tot jezelf komen

Lukas 15:11-32

11 En Hij zeide: Een zeker mens had twee zonen.
12 En de jongste van hen zeide tot den vader: Vader, geef mij het deel des goeds, dat mij toekomt. En hij deelde hun het goed.
13 En niet vele dagen daarna, de jongste zoon, alles bijeenvergaderd hebbende, is weggereisd in een ver gelegen land, en heeft aldaar zijn goed doorgebracht, levende overdadiglijk.
14 En als hij het alles verteerd had, werd er een grote hongersnood in datzelve land, en hij begon gebrek te lijden.
15 En hij ging heen, en voegde zich bij een van de burgers deszelven lands; en die zond hem op zijn land om de zwijnen te weiden.
16 En hij begeerde zijn buik te vullen met den draf, dien de zwijnen aten; en niemand gaf hem dien.
17 En tot zichzelven gekomen zijnde, zeide hij: Hoe vele huurlingen mijns vaders hebben overvloed van brood, en ik verga van honger!
18 Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u;
19 En ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden; maak mij als een van uw huurlingen.
20 En opstaande ging hij naar zijn vader. En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toe lopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem.
21 En de zoon zeide tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u, en ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden.
22 Maar de vader zeide tot zijn dienstknechten: Brengt hier voor het beste kleed, en doet het hem aan, en geeft hem een ring aan zijn hand, en schoenen aan de voeten;
23 En brengt het gemeste kalf, en slacht het; en laat ons eten en vrolijk zijn.
24 Want deze mijn zoon was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden! En zij begonnen vrolijk te zijn.
25 En zijn oudste zoon was in het veld; en als hij kwam, en het huis genaakte, hoorde hij het gezang en het gerei,
26 En tot zich geroepen hebbende een van de knechten, vraagde, wat dat mocht zijn.
27 En deze zeide tot hem: Uw broeder is gekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond weder ontvangen heeft.
28 Maar hij werd toornig, en wilde niet ingaan. Zo ging dan zijn vader uit, en bad hem.
29 Doch hij, antwoordende, zeide tot den vader: Zie, ik dien u nu zo vele jaren, en heb nooit uw gebod overtreden, en gij hebt mij nooit een bokje gegeven, opdat ik met mijn vrienden mocht vrolijk zijn.
30 Maar als deze uw zoon gekomen is, die uw goed met hoeren doorgebracht heeft, zo hebt gij hem het gemeste kalf geslacht.
31 En hij zeide tot hem: Kind, gij zijt altijd bij mij, en al het mijne is uwe.
32 Men behoorde dan vrolijk en blijde te zijn; want deze uw broeder was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden.

- Wat is voor de jongste zoon het dieptepunt in dit verhaal? (vers 14-16)
- Vertel eens in je eigen woorden wat bekering betekent voor de jongste zoon (vers 17-20). Heeft de oudste zoon ook bekering nodig? Waarom (niet)?
- Wat leer je over God de Vader uit deze gelijkenis?

Dag 4: Bekering – Saulus wordt van een vijand een vriend

Handelingen 9:1-9

1 En Saulus, blazende nog dreiging en moord tegen de discipelen des Heeren, ging tot de hogepriester,
2 En begeerde brieven van hem naar Damaskus, aan de synagogen, opdat, zo hij enigen, die van dien weg waren, vond, hij dezelve, beiden mannen en vrouwen, zou gebonden brengen naar Jeruzalem.
3 En als hij reisde, is het geschied, dat hij nabij Damaskus kwam, en hem omscheen snellijk een licht van den hemel;
4 En ter aarde gevallen zijnde, hoorde hij een stem, die tot hem zeide: Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij?
5 En hij zeide: Wie zijt Gij, Heere? En de Heere zeide: Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt. Het is u hard, de verzenen tegen de prikkels te slaan.
6 En hij, bevende en verbaasd zijnde, zeide: Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de stad, en u zal aldaar gezegd worden, wat gij doen moet.
7 En de mannen, die met hem over weg reisden, stonden verbaasd, horende wel de stem, maar niemand ziende.
8 En Saulus stond op van de aarde; en als hij zijn ogen opendeed, zag hij niemand. En zij, hem bij de hand leidende, brachten hem te Damaskus.
9 En hij was drie dagen, dat hij niet zag, en at niet, en dronk niet.

- Wat zorgt voor de grote verandering in Saulus’ leven? (vers 3, 5)
- Wat verandert er in Saulus’ leven na deze gebeurtenis?
- We kennen niet allemaal een bekering als Saulus. Wat is wel voor iedereen belangrijk? (vers 6)

Dag 5: Bekering – Lydia’s hart wordt geopend

Handelingen 16:11-15

11 Van Troas dan afgevaren zijnde, liepen wij recht naar Samothrace, en den volgende dag naar Neapolis.
12 En van daar naar Filippi, welke is de eerste stad van dit deel van Macedonië, een kolonie. En wij onthielden ons in die stad ettelijke dagen.
13 En op den dag des sabbats gingen wij buiten de stad aan de rivier, waar het gebed placht te geschieden; en nedergezeten zijnde, spraken wij tot de vrouwen, die samengekomen waren.
14 En een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster, van de stad Thyatira, die God diende, hoorde ons; welker hart de Heere heeft geopend, dat zij acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd.
15 En als zij gedoopt was, en haar huis, bad zij ons, zeggende: Indien gij hebt geoordeeld, dat ik den Heere getrouw ben, zo komt in mijn huis, en blijft er. En zij dwong ons.

- Hoe komt er verandering in het leven van Lydia? (vers 14)
- Hoe merk je dat Lydia voor de Heere wil leven? (vers 15)
- Wat is het verschil tussen de bekering van Paulus en van Lydia? Wat leer je daarvan?

Dag 6: Bekering – Zacheüs’ leven wordt nieuw

Lukas 19:1-10

1 En Jezus, ingekomen zijnde, ging door Jericho.
2 En zie, er was een man, met name geheten Zacheüs; en deze was een overste der tollenaren, en hij was rijk;
3 En zocht Jezus te zien, wie Hij was; en kon niet vanwege de schare, omdat hij klein van persoon was.
4 En vooruitlopende, klom hij op een wilden vijgeboom, opdat hij Hem mocht zien; want Hij zou door dien weg voorbijgaan.
5 En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem: Zacheüs! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven.
6 En hij haastte zich en kwam af, en ontving Hem met blijdschap.
7 En allen, die het zagen, murmureerden, zeggende: Hij is tot een zondigen man ingegaan, om te herbergen.
8 En Zacheüs stond, en zeide tot den Heere: Zie, de helft van mijn goederen, Heere, geef ik den armen; en indien ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb, dat geef ik vierdubbel weder.
9 En Jezus zeide tot hem: Heden is dezen huize zaligheid geschied, nademaal ook deze een zoon van Abraham is.
10 Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.

- Wat voor iemand is Zacheüs voordat hij Jezus ontmoet?
- Hoe ziet bekering eruit in Zacheüs’ leven? (vers 8)
- Van welke zonden is er in jouw leven bekering nodig?

Dag 7: Bekering – dagelijkse bekering

Efeze 4:17-32

17 Ik zeg dan dit, en betuig het in den Heere, dat gij niet meer wandelt, gelijk als de andere heidenen wandelen in de ijdelheid huns gemoeds.
18 Verduisterd in het verstand, vervreemd zijnde van het leven Gods, door de onwetendheid, die in hen is, door de verharding huns harten;
19 Welke, ongevoelig geworden zijnde, zichzelven hebben overgegeven tot ontuchtigheid, om alle onreinigheid gieriglijk te bedrijven.
20 Doch gij hebt Christus alzo niet geleerd;
21 Indien gij naar Hem gehoord hebt, en door Hem geleerd zijt, gelijk de waarheid in Jezus is;
22 Te weten dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding;
23 En dat gij zoudt vernieuwd worden in den geest uws gemoeds,
24 En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.
25 Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; want wij zijn elkanders leden.
26 Wordt toornig, en zondigt niet; de zon ga niet onder over uw toornigheid;
27 En geeft den duivel geen plaats.
28 Die gestolen heeft, stele niet meer, maar arbeide liever, werkende dat goed is met de handen, opdat hij hebbe mede te delen dengene, die nood heeft.
29 Geen vuile rede ga uit uw mond, maar zo er enige goede rede is tot nuttige stichting, opdat zij genade geve dien, die dezelve horen.
30 En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.
31 Alle bitterheid, en toornigheid, en gramschap, en geroep, en lastering zij van u geweerd, met alle boosheid;
32 Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft.

- Verdeel een papier in A4 formaat in twee kolommen en schrijf boven de eerste kolom ‘oude mens’ en boven de tweede kolom ‘nieuwe mens’. Schrijf in iedere kolom de woorden uit dit gedeelte op die erbij horen.
- Hoe ziet bekering eruit in het leven van een christen? Wat is het geheim? (vers 20, 32)
- Stelling: met bekering ben je nooit klaar. Eens of oneens? Leg eens uit!
Psalm 32:3
PCorgan.com
Psalmboek.nl
Psalm 86:6
PCorgan.com
Psalmboek.nl
Psalm 95:3,4
PCorgan.com
Psalmboek.nl

Werkblad – de verloren zoon
Download het werkblad hiernaast. Maak de verwerkingsopdrachten bij de gelijkenis van de verloren zoon.

Opdracht - bekering: tot je doel komen
Nodig: afwasteil, stevige plastic beker, kan met water.
Zet de beker op z’n kop in de teil. Giet het water eroverheen. Bespreek wat er gebeurt. Draai de beker om en giet het water in de beker. De beker is nu gevuld en kan leeggedronken worden. Daarvoor wil je een beker graag gebruiken.
Uitleg: God heeft je geschapen met een bedoeling. Hij verlangt ernaar dat je voor Hem leeft, tot Zijn eer. Maar door de zonde heb je je van God afgekeerd (de omgekeerde beker) en je wijst de Heere Jezus, het levende Water, af (het water stroomt langs de beker). Er is bekering nodig! (de beker weer rechtop) Dan wordt je leven vol van de Heere Jezus, van Zijn liefde en vrede (het water komt in de beker). Dan beantwoordt je leven aan het doel waarmee God je schiep.

Verhaal - een hoge prijs
Soendar Sing was een tot het christelijke geloof bekeerde boeddhist. Hij trok als evangelist door de wereld. Hij vertelt ergens dat er in India in een dorpje twee jonge mannen zaten te dobbelen. Dat was daar ten strengste verboden. Ze werden betrapt en gevangen gezet. De ene jongen was binnen een paar dagen vrij. Zijn ouders waren schatrijk en kochten hem voor een grote som geld vrij. De andere jongen was niet zo eenvoudig vrij te kopen, omdat het geld er niet was. Hij was de zoon van een straatarme weduwe. Ze kon zelf maar nauwelijks rondkomen, laat staan dat ze het hoge losgeld kon betalen. En wat deed ze? In de avonduren nam ze er een baantje bij. Ze deed heel zwaar werk. Ze sjouwde stenen uit de droge bedding van een rivier. Met haar blote handen. Die handen raakten gewond en bebloed. Voorgoed stonden daar de littekens in. Het waren de littekens van haar diepe moederliefde. Maandenlang werkte en sjouwde ze, totdat ze het vereiste bedrag bij elkaar had. Toen kocht ze haar jongen vrij. Wat een dag!
Toen die jongen weer door het dorp liep, zag hij zijn oude kameraad. Die vroeg, alsof er niets gebeurd was: “doe je mee een potje dobbelen?” “Dat kan ik niet”, reageerde de jongen. Z’n oude maat begon wat spottend te lachen: “jij niet kunnen? Je weet wel beter!”
“Nee”, zei de jongen, “ik kan niet meer dobbelen, want mijn vrijheid heeft het bloed van mijn moeder gekost. Ik kan het echt niet meer doen.”
- Waardoor wilde de jongen zijn oude leven niet meer oppakken?
- Kun je het verhaal ‘vertalen’ naar het leven van een christen?
- Waarom kan een christen niet zonder bekering in zijn leven?

Heb je nog vragen? Stel ze hier.

Wil je meer weten over dit onderwerp? Of vond je dingen op deze website moeilijk? Stel je vragen gerust! Je kunt er gelijk bij zetten of je vraag ook op de website geplaatst mag worden.
Bedankt voor je bericht. Je hoort meer van ons.
Oeps! Er is iets mis gegaan bij het versturen van je vraag.
Probeer het nu of later nog een keer.

Bekijk ons ook op

COPYRIGHT © 2016 ABC VAN HET GELOOF